Welkom » Overdenkingen » Overdenking Bert Slaa 11 oktober 2026

Overdenking Bert Slaa 11 oktober 2026

Ter Apel, Kloosterkerk 11 oktober 2026, Gen 1,1-2 en Matt 14, 22 – 33

Gemeente van Christus die over water liep

Enkele jaren terug las ik in Trouw over een boek met vragen van kinderen

aan de toenmalige Paus Franciscus. Trouw gaf een paar voorbeelden.

Zoals de voorspelbare en terechte vraag: hoe kon Jezus over water lopen?

Het antwoord luidde, helaas even voorspelbaar:

Jezus was God, daarom kon hij dat.

Of de kinderen iets met dit antwoord opschoten is de vraag.

En ik vermoed dat ook voor veel volwassenen geldt.

Want de vraag blijft:  wat heeft dan bij die uitleg

‘Jezus was God en dus kon hij dat’ , dit verhaal ons te zeggen.

Anders gezegd: waar raakt dit verhaal bij die uitleg aan ons eigen levensverhaal?

Wat maakt het dan duidelijk over ons leven? 

Ik moet u zeggen: mij zegt het dan niet veel.

Terwijl het blijkbaar een kernverhaal is – alle 4 de evangelisten vertellen het,

– alleen Matteüs voegt de scene met Petrus toe. Een belangrijke toevoeging.

Blijft dus de vraag: Hoe kunnen we dit verhaal zo lezen dat het over ons gaat?

De Paus stelde die vraag niet eens!

Anders had hij een ander antwoord gegeven.

Laten we voor dat andere antwoord ook beginnen met een vraag.

Waaraan denkt u bij water?

Er zijn twee soorten antwoorden denkbaar:

Positieve: water maakt schoon, verfrist, lest de dorst,

Je kunt er lekker in zwemmen en spelen, maar bovenal:

zonder water is leven onmogelijk.

Er is ook een negatief antwoord: in water kun je verdrinken,

Het kan verwoestende kracht hebben.

Water maakt dus leven mogelijk, maar is tegelijk levens-bedreigend:

Het is symbool van leven, én symbool van de dood.

Onze taal laat dat zien:  je kunt je als een vis in het water voelen,

Helemaal in je element.

En .. je kunt verdrinken in een zee van problemen en zorgen.

 

Water nu heeft in de Schrift beide betekenissen, we moeten dus steeds

Kijken of het leven gevende dan wel het -bedreigende  voorop staat.

Soms helpt de Schrift ons daarbij een handje.

Zo begint de Bijbel met die bekende woorden die we net gelezen hebben:

In het begin schiep God de hemel en de aarde.

De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed. 

Donkerte, woestheid, doodsheid: 

In het Hebreeuws staan daar de woorden Tohu wa Bohu – woest en doods.

Je hoort het al aan de donkere klanken van die Hebreeuwse woorden: tohu wa bohu.

Het dreigende van het water klinkt je tegemoet;

En dan: ‘maar Gods geest zweefde over het water’ – 

over die doodse chaos komt Gods scheppende  geest.

Wat die daar doet? Lied 701 beschrijft Gods Geest als 

Broedend op het water om de chaos tot leven te brengen.

Zij zit als een vogel broedend op het water

Onder haar de chaos van de eerste dag.

             Zij zucht en zij zingt, moeder van de schepping,

Wachtend op het woord totdat zij baren mag. 

 Een prachtig beeld.

Is het overdreven om te stellen dat deze twee verzen uit Genesis 1

de kern van de hele Schrift samenvatten?

Sterker: de wezenlijke spanning van ons mens-zijn wordt hier benoemd,

Tussen donkerte en licht, leven en dood, Levend water of woeste oervloed.

Laten we eerlijk zijn: die bedreigende oervloed,

Die tohu wa bohu van het leven is er altijd geweest .. En zal er altijd zijn. 

Als een donkere onderstroom gaat die met ons mee.

Maar hoe ga je met dat gegeven om, dat is de vraag.

Zien en ervaren we die scheppende kracht van God, broedend op die chaos?

In de ondergangsstemming van vandaag 

Lijken mensen, ook in de kerk, dát vergeten te zijn. 

Dit begin van Genesis zou wel eens de sleutel kunnen zijn

voor het verstaan van dat verhaal van lopen over het water.

   

De leerlingen treffen we aan op het meer, bedreigd door tegenwind en golven.

Jezus loopt, zweeft als het ware, over die  woeste golven naar hen toe.

Alsof je het begin van Genesis weer leest.

Het zijn dezelfde elementen: de dreigende oervloed,  –

Die tohu wa bohu die altijd met het leven meegaat. 

En daarboven, nee niet zozeer een mens – nee een levenshouding,

Een geesteshouding die die doodsbedreiging beteugelt. 

Het zuigende water is beeld van dat wat ons

In ons bestaan bedreigt, waarin we dreigen te verzinken.

Dit verhaal gaat over ons, over onze levens- of geesteshouding.

Dat verslindende zuigende water waarin je ten onder kunt gaan;

Het Gevoel van zinloosheid, betekenisloosheid, angst en nog veel meer –

Het heeft vele vormen,  wie kan zeggen ze niet te kennen?

Het begint al op de basisschool vaak –

Afgewezen worden, er niet bij mogen horen – hoe houd je je dan staande?

Of later, als de wereld aan je voeten ligt als jong volwassene,

Onderzoek onder jonge mensen toont aan hoevelen

Niet aan de harde eisen van het moderne leven kunnen voldoen:

‘Succes is een keuze’ –  vreselijke woorden die mensen met minder

Succes nog eens slachtoffer maakt: eigen schuld, dikke bult.

Hoe houd je je dan staande?

Dat waar mensen in kunnen verzinken heeft vele gezichten zei ik-  

Van een levensbedreigende ziekte tot worstelen met je geaardheid,

Van je leven geen vorm kunnen geven tot maatschappelijk falen;

Van diep kinderverdriet om de dood van pappa of mamma

tot de grote vraag naar de zin van het leven.

U kunt het zelf aanvullen.

Daar gaat het verhaal over: hoe kun je als mens over

De zich steeds weer manifesterende  tohu wabohu van het leven lopen

In plaats van erin te verdrinken?

Al die mensen die Jezus ontmoetten waren mensen als u en ik –

Levend in een andere cultuur, zeker, en wat hun leven bedreigde

Was deels van andere aard dan wat ons leven bedreigt – zeker,

Maar de basiservaring was en is dezelfde: het leven is niet vanzelfsprekend,

Het wordt altijd bedreigd – door zaken van buiten, en van binnen in een mens.

Wat Jezus aan al die mensen zag was het kwetsbare, bedreigde leven.

Maar op één of andere manier, mensen wisten ook niet precies hoe,

deed die Jezus iets met je, gaf je ‘t  geloof aan het leven terug – 

Gaf je het geloof aan jezelf terug. 

Had dat misschien iets te maken met hoe hij over God sprak?

Zo zullen de mensen van toen dat ongetwijfeld ervaren hebben:

Hij doet iets met je en Dat moet iets te maken hebben met God 

waar Hij steeds over spreekt.

Mensen zochten naar woorden om uit te leggen wat ze ervoeren aan

Jezus en dan kom je uit bij de taal van de beelden: Hij liep over water.

Hij is Zoon van God – hoe moeten we het anders beschrijven?

Lopen over water: het verwoordt de kern van Jezus’ boodschap, 

Een beeld waarin de mensen zich herkenden.

Neem nu Petrus: aanvankelijk gaat hij goedsmoeds in op het gebaar van Jezus:

Kom!  En tot ieders verbazing: het lukt hem.

Maar dan, je ziet het gebeuren: hij kijkt naar beneden, de zwarte 

Afgrond van het water in, het tohuwabohu in  – 

en weg is het vertrouwen – weg is Petrus!

Hoe diep menselijk is wat daar gebeurt,

Hoe precies aangevoeld wat er in een mens in nood omgaat. 

Wat Jezus dan zegt (Kleingelovige waarom heb je getwijfeld?)

Kun je opvatten als bot, als verwijt – Ik hoor het als teleurstelling en diepe betrokkenheid.

Wat triest dat een mens zijn vertrouwen niet vol kan houden.

Want:  je kunt een mens in  doodsangst  toch niet verwijten dat ie wegzinkt?

Geloof, hoe ook opgevat, is altijd aangevochten geloof.

Jezus bedoelt niet: geloof maar in God en het komt goed – dus niet twijfelen.

Nee, hij doelt op wat anders.

Psalm 8 zegt over de mens:

Gij hebt hem bijna goddelijk gemaakt.  Nou dan, zou ik bijna zeggen,

Daar spreekt toch vertrouwen van God in de mens uit – 

mag die dat dan ook in zichzelf hebben?

Maar: geloof in jezelf is niet genoeg:

Jezus doelt ook op die andere oerkracht in het leven,

die Geest van God die over de wateren zweeft.

Daarop Vertrouwen, daarin  geloven terwijl je dreigt te verzinken – 

ga er maar aan staan.

Petrus lukte het maar even en toen was het weer weg.

Geloof is geen medicijn, is niet op afroep beschikbaar.

Je moet het willen en durven –en soms overkomt het je

Zonder dat je er naar op zoek ging.

 

Toen ik ooit college gaf over dit verhaal

Zei een studente in de klas, ze had nogal wat meegemaakt:

Ik begrijp wat u bedoelt maar  

Je hebt pas achteraf door dat je over water hebt gelopen.

Het is de spijker op z’n kop.

Ik  begon met u aan te spreken als 

gemeente van Christus die over water heeft gelopen.

Dat was bewust dubbelzinnig – want het slaat niet alleen op Christus, 

maar ook op u – want velen van u hebben ongetwijfeld over water gelopen  –

Alleen heb je dat pas achteraf begrepen.

 Nog één vraag blijft: is nu niet het wonder weg?

Ik antwoord met een tegenvraag;

Is er een groter wonder dan dat een mens 

Die tohuwabohu van het leven overwint –

Zelf en met God Geest?

amen