Artaban de 4e Wijze op Kerstavond in de Kloosterkerk
Door: Anna Hoekstra
De 4e Wijze. Artaban
Artaban was een wijze, een geleerde en hij wist heel veel over de sterren en geneeskrachtige kruiden waar hij drankjes van maakte.
In oude profetische boeken had hij gelezen dat in het joodse land een koning geboren zou worden die LICHT en VREDE zou brengen voor alle volken op aarde. Als teken van die geboorte zou een nieuwe ster aan de hemel verschijnen. En als het donker werd ging Artaban naar buiten om de sterrenhemel te bestuderen.
Er waren nog 3 andere wijzen die samen met hem de sterrenhemel bestudeerden en toen ze de nieuwe stralende ster aan de hemel zagen verschijnen wilden ze meteen naar Jeruzalem gaan om hun geschenken, goud, wierook en mirre aan de nieuwe koning aan te bieden.
De wijzen woonden in verschillende steden en ze spraken af elkaar bij de tempel vlakbij Babylon te ontmoeten om dan gezamenlijk verder te reizen. Artaban verkocht zijn huis en zijn bezittingen en kocht een paard en drie edelstenen: Een blauwe saffier, een rode robijn en een witte parel.
Hij ging op zijn paard op weg om de anderen te ontmoeten, 10 dagen nadat de ster verschenen was. Was iemand niet op tijd op die plaats dan zouden ze vertrekken, want er zou pech kunnen zijn of een andere reden en er was toen nog geen mobiele telefoon.
Artaban reed elke dag zo snel als hij kon een groot stuk en hij verheugde zich erop zijn vrienden te ontmoeten om samen verder te reizen. Heel in de verte zag hij de tempel al. Ondertussen was het heel donker geworden en het paard stapte voorzichtig en ineens zag Artaban op grond iets donkers liggen. Hij stapte af en zag een joodse man met een bleekgezicht liggen. Artaban dacht dat hij dood was en wilde verder gaan, want anders zou hij te laat komen. Maar ineens hoorde hij een diepe zucht en voelde dat de man de zoom van zijn mantel vastpakte.
Artaban schrok—en wist: deze man moet ik helpen, maar dan kom ik wel te laat. Oei hij stond in tweestrijd—maar hij wist: deze man kan ik niet laten liggen, dan zou hij sterven.
Hij gaf hem water en een geneeskrachtige kruidendrank die hij altijd bij zich had en ja, de man kreeg weer kracht en kon praten.
De man vroeg: Wie ben jij? En hoe ben jij hier gekomen om mij van de dood te redden?
Ik ben Artaban, ik ben op weg naar Jeruzalem om de nieuwe koning die LICHT en VREDE brengt te zoeken. Maar nu moet ik snel verder, je krijgt nog brood en kruidendrank.
De man hief zijn bevende hand op en zei: ik kan je niets geven om te bedanken, maar ik kan je wel zeggen dat de Messias in Bethlehem geboren zal worden.
Artaban ging snel verder, het was al na middernacht en toen hij bij de tempel kwam waren de anderen al weg. Onder een steen lag een stuk perkament met daarop geschreven: We hebben tot middernacht gewacht, volg ons door de woestijn.
Teleurgesteld ging Artaban op de grond zitten en dacht: Hoe kan ik de woestijndoor met een uitgeput paard en zonder voedsel? Ik moet naar de stad om mijn paard en de blauwe saffier te verkopen, om een kameel en voedsel te kopen. Zal ik mijn vrienden ooit kunnen inhalen?
Artaban reed op zijn kameel door de woestijn: schommelend op zijn kameel als een schip op zee.
Hij kwam in Bethlehem aan, 3 dagen na de andere wijzen. Hij wilde graag het kindje zien en de robijn en de parel geven. Waar zou het huisje zijn?
Daar zag hij een deur open van een klein huisje en hij zag een vrouw met een kindje op schoot en gaf het te drinken. Artaban vroeg de vrouw of ze drie vreemdelingen had gezien die een pasgeboren kind kwamen zoeken.
Ja ik heb ze gezien zei de vrouw: Dat waren rijke mannen die hier kwamen op hun kamelen en ze brachten goud, wierook en mirre mee voor het kind van eenvoudige mensen die uit Nazareth kwamen. Maar na een paar dagen waren de wijzen ineens vertrokken en ook die man uit Nazareth is midden in de nacht samen met zijn vrouw en het kindje vertrokken. Er wordt gezegd dat ze gevlucht zijn naar Egypte omdat Romeinse soldaten het kind zochten. Ik begrijp het niet, het waren hele gewone mensen, ik kan me niet voorstellen dat ze iets misdaan hebben.
Plotseling hoorden ze vrouwen schreeuwen: de soldaten zoeken onze kinderen.
De vrouw werd doodsbleek, drukte haar kindje tegen zich aan en kroop in de donkerste hoek van de kamer.
Artaban ging breeduit in de deuropening staan zodat niemand er langs kon. De soldaten keken de indrukwekkende vreemdeling aarzelend aan. De aanvoerder wilde Artaban opzij duwen, maar hij bleef onbeweeglijk staan. Kalm zei hij: Als je mij met rust laat, geef ik jou deze kostbare robijn.
Begerig griste de aanvoerder de schitterende edelsteen uit zijn hand en riep tegen de soldaten: Doorlopen, hier is geen kind.
De vrouw bedankte Artaban met tranen in haar ogen. Ze zei: U hebt mijn kind gered, moge God u vrede geven.
Nu heb ik alleen nog maar de parel voor de koning die ik zoek, dacht Artaban en weer ging hij op reis, nu naar Egypte waar hij het kind hoopte te vinden. Maar waar moest hij zoeken?
In Alexandrië ging hij naar een joodse rabbi en vroeg hem om raad. De rabbi las in de perkamenten rol van de profeten van het joodse volk en zei: De koning die je zoekt kun je niet vinden in een paleis of bij rijke en machtige mensen. Zoek hem bij de armen, bij zieken en gevangenen.
Artaban ging weer op weg: Hij zag en hielp veel arme mensen, hij bezocht zieken en genas veel mensen met zijn kennis van geneeskrachtige kruiden. Ook kwam hij in gevangenissen. Hij probeerde te troosten en te helpen waar hij kon en het leek soms dat hij zijn eigenlijke doel vergeten was. Maar zo nu en dan, als hij helemaal alleen was haalde hij de parel uit zijn gordel en keek ernaar
Zo gingen 33 jaar voorbij, maar de koning die hij zocht vond hij niet. Hij was moe geworden en oud en zijn haren grijs.
Met een groep joodse pelgrims ging hij naar Jeruzalem om het Paasfeest te vieren bij de tempel. In de nauwe straatjes en stegen bleef hij nog steeds zoekend om zich heen kijken.
Er hing een dreigende sfeer in de stad, ze hadden Jezus van Nazareth, de koning van de Joden gevangen genomen. Artaban dacht zou ik hem toch nog vinden?
Ineens zag hij soldaten een meisje met zich meeslepen, ze wilden haar als slavin verkopen. Ze schreeuwde en haar jurk was gescheurd. ‘Help me’, riep ze toen ze Artaban zag.
Artaban beefde: Hij had nog maar 1 kostbaar geschenk voor de koning die hij zocht: de witte parel. Hij nam de parel uit zijn gordel in zijn open hand. Begerig keken de soldaten naar de glanzende steen. Ze lieten het meisje los, grepen de parel en verdwenen.
Artaban bleef rustig staan, hij was niet bang meer. Het laatste geschenk had hij weggegeven en hij had geen hoop meer om de koning nog te vinden. Zijn zoeken was afgelopen.
Ineens was er een aardschok, een beving en daardoor viel er een steen op zijn hoofd en hij viel neer. Het meisje knielde hevig geschrokken naaste hem neer en het leek alsof hij met iemand sprak, die zij niet kon zien. En ze hoorde hem fluisteren: Maar Heer wanneer heb ik U hongerig en dorstig gezien en heb U te eten en te drinken gegeven? Wanneer zag ik U als vreemdeling en heb ik U opgenomen? Wanneer heb ik U naakt gezien en kleding gegeven? Wanneer zag ik U ziek of in de gevangenis en ben ik bij U gekomen?
33 jaar heb ik U gezocht, maar nooit heb ik U gevonden.
Artaban zweeg en van veraf hoorde het meisje een stem:
Wat je voor mijn broeders en zusters hebt gedaan, dat heb je voor mij gedaan.
Op Artabans bleke gezicht verscheen een zachte glimlach en een glans. Een lange zucht van bevrijding kwam over zijn lippen.
Zijn geschenken waren aangenomen, Hij had de koning gevonden. Het was Kerstfeest en Paasfeest tegelijk!
Kerstfeest, feest van verwondering en hoop, ondanks dat het, net als Artaban, anders gaat dan je dacht of verwacht. En dan toch ondanks teleurstelling doorgaan en met barmhartige ogen en een zacht hart blijven kijken en meeleven.
Elke dag kan je weer geboren worden. Hanna Arendt, een joodse filosofe, noemt dat nataliteit, geboortelijkheid. Dat is geen biologische geboorte, maar een manier van leven. Het is een besef dat de toekomst niet alleen maar een verlengde is van het verleden, maar dat de toekomst het verleden bepaalt. We hebben een vrije wil om te kiezen, om te handelen, te spreken en te vergeven. We kunnen elk moment weer het goede doen, de liefde inbrengen in oude verstarde verhoudingen, systemen en in je eigen gedrag.
Meister Eckhart, een theoloog uit de middeleeuwen zegt het zo: Het kerstkind moet in je eigen hart geboren worden.
En dat kan, dat kan elk moment, elke dag, maar nu met kerst gedenken we weer dat het echt kan, dat +/- 2000 jaar geleden dit werkelijk is gebeurd voor ons mensen tot in eeuwigheid.
Door de Heilige Geest, onze TROOSTER, ons toegezegd met Pinksteren, is Jezus ons elk moment nabij als wij in verwondering ons hart openstellen voor Hem-, en dat is eigenlijk heel eenvoudig- wij maken het vaak zelf zo ingewikkeld-
God en je naaste liefhebben als jezelf. En dat kan gewoon op onze eigen m2.
Laten we hier maar meteen beginnen en elkaar nu de VREDE van CHRISTUS wensen!
Amen.