Welkom » Overdenkingen » ‘Terug uit de woestijn’ door Gré Boelen op 18 februari 2018

‘Terug uit de woestijn’ door Gré Boelen op 18 februari 2018

Gemeente van Christus,

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik beleef de veertig-dagen-tijd elk jaar weer anders.
Na het verlies van een geliefde: erkenning en herkenning in het lijdensverhaal; Erbarme dich uit de Mattheüs Passie, toen ik geestelijk uitgeput was en na televisiebeelden met veel lijden, waarbij ik me machteloos voelde, uit diezelfde Passie:  Wir setzen uns mit Tränen nieder. En vandaag verbind ik in deze overdenking het gelezen bijbelgedeelte met ons leven hier en nu.
In de de veertig-dagen-tijd volgen wij lezende en lerende de weg die Jezus is gegaan naar Pasen.

Vandaag lazen we over de doop van Jezus en over zijn verzoeking  in de woestijn.
Het is een verhaal dat staat aan het begin van het evangelie van Marcus. Een begin dat de weg van Jezus markeert.
Marcus beschrijft de doop van Jezus met een prachtig visioen: Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen.
En er klonk een stem die zei: Jij bent mijn geliefde Zoon in jou vind ik vreugde.`
Duif teken van nieuw leven, van verzoening en van vrede. Jezus heeft God gevonden, zichzelf en zijn opdracht. Het is een moment van volkomen harmonie, een geschenk uit de hemel. Een ervaring van onzegbaar geluk.

Misschien kent u ook zulke ervaringen:
Zo’n moment dat alles klopt en alles op zijn plaats valt.
De tijd staat even stil en er is alleen maar harmonie.
Geen verlangens, geen strijd.
Het is een ervaring die nauwelijks te beschrijven valt.
Je kunt het niet oproepen, het valt je toe.
En jaren later kun je er nog op teren.
Het is een moment dat je in je hart bewaard.

Het verhaal van vandaag gaat verder met:
Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in.
Veertig dagen bleef hij daar, terwijl Satan hem op de proef stelde.
De sfeer is plotseling helemaal veranderd.
De Geest, die even daarvoor nog voorgesteld wordt als een duif, jaagt Jezus nu de woestijn in en hij blijft daar 40 lange dagen en nachten!
De woestijn is onherbergzaam, het is een plek van eenzaamheid, van dorheid en godverlatenheid.
Daar is het dat Jezus op de proef wordt gesteld door Satan, de tegenstander, de tegenstem. De stem van de twijfel. Ben jij echt wel geliefd?

Visioenen, momenten van geluk zijn prachtige momenten.
Wat daarop volgt is weer het leven van alledag, met plezier en met zorgen. Met verlangens naar liefde, naar erkenning, naar bewijzen dat we erbij horen. Met ambities om de beste, de slimste te zijn.
Met onszelf voorbij lopen, en met maskers rondlopen.
Met verlangen naar vrijheid, die nog wel eens ten koste wil gaan van de vrijheid van anderen.
Dan kan het zijn dat de geest ook ons de woestijn in drijft; want een mens gaat niet vrijwillig naar zo’n plek van god en mensen verlaten, zo’n plek van dorheid.

En daar zitten we dan in de woestijn, op onszelf aangewezen: kwetsbaar en zwak.
Het bestaan in de kern, omringd door de wilde dieren.  Het is de plaats die ons bepaalt bij onze drijfveren.
Wat drijft ons om te verlangen naar meer te zijn en meer te willen hebben dan de ander, om te bewijzen dat we de beste zijn, dat we niet voor de poes zijn en ons de kaas niet van het brood laten eten?
We komen er achter, dat we niet zomaar van onze verlangens af kunnen komen. Dat ze bij ons horen.
Maar we krijgen wel de mogelijkheid om te zien hoe we er –  anders –  en  –  beter mee om kunnen gaan.
Er beter mee om kunnen gaan, wil zeggen compassie, of een ander woord mededogen hebben met onszelf, met onze eigen zwaktes en tekortkomingen. Met onze eigen wilde dieren en het lijden dat ze veroorzaken.

Het betekent ook, bescheidenheid ten aanzien van onze eigen ambities en verlangens.
Compassie en bescheidenheid ze horen bij elkaar.
Door compassie te voelen met het zwakke en kwetsbare wezen dat we zelf zijn, kunnen we met andere ogen kijken naar andere wezens.
We kunnen die andere wezens ook zien als zwak en lijdend. En met ze meevoelen.
We kunnen ervaren dat onze eigen kwetsbaarheid en die van anderen hetzelfde is.
Het maakt het voor onszelf een stuk gemakkelijker.
We hoeven de schijn niet meer op te houden en onze zwakheden niet meer te  verbergen.
We kunnen open zijn en andere mensen op een open manier tegemoet treden.
Dat geeft ruimte en vrijheid.
Wie terugkomt uit de woestijn krijgt de kans op verandering, om te groeien: als mens, als gelovige.

Jezus komt terug uit de woestijn. Hij gaat naar Galilea en begint aan zijn taak en verkondigt het goede nieuws. Dit was wat hij zei: de tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij; kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.

Henri Nouwen zei het volgende over het Koninkrijk van God.
“Wij zijn geroepen om te leven met ons hart gericht op het Koninkrijk van God. Dat Koninkrijk is geen ver land, dat we eens hopen te bereiken, ook is het niet het leven na de dood, noch een ideale samenleving. Nee, het Koninkrijk van God is op de eerste plaats de actieve aanwezigheid van Gods Geest in ons, die ons de vrijheid biedt waar we werkelijk naar verlangen.’

De woorden van deze overdenking en de woorden van Henri Nouwen hoor ik  samengevat in het lied dat we aan het begin zongen:

Het is de Geest die ons beweegt
Dat wij Gods wil doen en omzien
Naar alles wat leeft.
Amen