Welkom » Overdenkingen » Overdenking bij Mattheus 4:1-11 en Exodus 4: 18-31 door ds. Menso Rappoldt op 1 maart 2020

Overdenking bij Mattheus 4:1-11 en Exodus 4: 18-31 door ds. Menso Rappoldt op 1 maart 2020

In het verhaal dat we hoorden uit Exodus staat één van de meeste onbegrijpelijke en mysterieuze passages in de bijbel. Het lijkt er tussen gevoegd, want het wijkt af van wat er om heen staat. En als je het weg zou laten, zou het verhaal gewoon doorlopen. Maar waaróm is het er dan tussen gevoegd?

God heeft vlak daarvoor Mozes geroepen naar Egypte te gaan om de Hebreeën te bevrijden, Mozes is op weg daar naar toe. En nu probeert God hem te doden. Leg dat maar eens uit.

En dan die besnijdenis door van Sippora van hun zoon  en de uitspraak: ‘jij bent mijn bloedbruidegom’. Dan laat God hem met rust, staat er.
Een tekst die ons niet zozeer op het verkeerde been zet, maar waarbij we helemaal geen benen meer hebben om op te staan.
Als de tekst niet wordt overgeslagen- wat de makkelijkste omgang met moeilijke teksten is -, dan wordt naarstig gezocht naar betekenis.

Er ís een simpele uitleg: God heeft vlak ervoor aangekondigd dat hij de eerstgeborenen in Egypte zal doden als de Farao weigert de Hebreeën te laten gaan. En omdat Gersom, de zon van Mozes en Sippora niet is besneden, zal hij ook kunnen sterven. Dat verklaart de besnijdenis, maar niet waarom God Mozes tracht te doden.

Een meer gelaagde verklaring wordt gegeven door mensen die de tekst in zijn ruimere verband lezen. Mozes is bij de brandende braamstruik wel geroepen door God om naar Egypte te gaan en de Hebreeën, zijn eigen volk te redden. Maar Mozes heeft alleen maar tegengestribbeld: Wie ben ik, dat ik dat moet doen? Wat moet ik dan zeggen? Ze zullen me niet geloven. Ik kan moeilijk uit mijn woorden komen! En als laatste: nee dank u wel, neem toch maar een ander.
Niet één keer horen we: Ja, ik zal het doen.

En als hij bij zijn schoonvader aankondigt dat hij naar Egypte gaat, zegt hij: ‘ik ga kijken of de mensen van mijn volk nog in leven zijn.’ Hij rept met geen woord over zijn ontmoeting met God en de opdracht die hij kreeg.
Mozes richt geen altaar op en brengt geen offer aan God. Wat alle anderen in de bijbel die een ontmoeting met God hebben, wel doen.
En Mozes heeft zijn zoon nooit besneden. Hij heeft in de lijn van zijn familie, geen keus gemaakt voor God.
Alles bij elkaar opgeteld, zou Mozes al weer gediskwalificeerd zijn, zegt een verklaring: God wil weer van hem af. Dat betekent het dat God hem zoekt te doden. Je van God afkeren, is je afkeren van het leven. Of van dat wat de essentie is van het leven. Dat betekent het einde van je leven in de zin dat het betekenisloos is geworden.

Wat is dan de relatie met de besnijdenis van zijn zoon die Mozes redding is?
Dat heeft te maken met ‘bevrijding’
Wat is vrijheid? Wat is bevrijding, want we zitten in het verhaal in de situatie dat er nog geen vrijheid is!? De Hebreeën zijn slaaf. Ze zijn niemand.

Vrijheid klinkt voor ons vaak als: doen waar je zin in hebt. Zelf je keuzes bepalen, onafhankelijk van anderen. Voor ons is vrijheid vooral individuele vrijheid. Een leven zonder hindernissen.
Maar dat is een misvatting, zeker in bijbelse zin.
Het misverstand is dat vrijheid en de weg naar vrijheid altijd iets kóst.
De weg naar vrijheid vraagt in religieuze taal ‘offers’.

Een offer dat de weg naar vrijheid van je vraagt is bijvoorbeeld is dat je soms moet blootstellen aan gevaar. Wie letterlijk moeten vechten voor vrijheid riskeren hun leven. Vluchtelingen brengen om vrij en veilig te zijn een groot offer omdat ze alles achter zich laten wat ze hebben opgebouwd en door familie achter te laten.

Maar ook in mystieke zin vraagt vrijheid een offer: namelijk dat je afziet van je ‘zelf’, of je ego. Als je jezelf alleen maar vooropstelt en alleen doet waar jij zin in hebt, gaat dat ten koste van de ruimte en vrijheid van anderen.

Het is de paradox in de mystiek: Zolang je je zelf voor alles stelt, zal je niet vrij zijn. Je zal niet eens jezelf zijn. Want je kan alleen iemand zijn in een relatie. En een relatie betekent per definitie dat je niet alleen je gang kan gaan.

Echte vrijheid vind je in het één zijn met God. God in jou en jij in God.

Denk bij God aan Liefde als dat makkelijker is. Jij in Liefde, Liefde in jou. Dan snap je dat jou zelf niet meer voorop staat. En dat je, zonder dat je zelf voor op staat, méér mens bent.

Mozes krijgt de opdracht. We horen niet waarom, maar God doet een beroep op hém. Soms krijg je een taak en heb je iets te volbrengen. Niet omdat je dat zelf kiest, maar omdat jij nu eenmaal daar op dat moment op die plaats bent. Om dat je iets kunt doen of zijn wat nodig is.
Maar Mozes wil niet. Hij durft niet en hij wíl gewoon niet.

Mozes eert God niet. Hij brengt geen offer. Mozes doet dat pas ná deze aanslag als zijn zoon is besneden.
Niet willen kan gevolgen hebben.

In het verhaal hoorden we God tegen Mozes zeggen: ‘Ik zal ervoor zorgen dat de farao hardnekkig weigert’.
Dat klinkt als een spelletje. Als God de farao halsstarrig kan maken, kan God hem toch ook meegaand maken. Waarom doet God dat dan niet? Dat zou veel narigheid gescheeld hebben.

Het hangt af van je Godsbeeld. Stel dat God een kracht of macht is, maar níet een die letterlijk aan knoppen draait, dan kan je die zin anders lezen.
Kijk naar hoe dictators reageren, dan zie je hoe God halsstarrig maakt.

Een dictator slaat demonstraties neer. In demonstraties die wijzen op onrecht en vragen om recht, zou je een stem van God kunnen horen.
Maar een dictator luistert daar niet naar. Hij verhardt. De vraag om recht te doen, de stem van God, verhardt de dictator. Niet omdat God dat wíl, maar de confrontatie met God in de vraag naar rechtvaardigheid maakt de dictator hard. ‘Ik zal er voor zorgen dat de Farao hardnekkig weigert’ is dus niet een druk op de knop van God. Maar als de farao met God geconfronteerd wordt, zal hij verharden. In die zin maakt God hem hard.

Zo zien we in de tekst van Exodus het niet willen van de Farao, én het niet willen van Mozes als God, de essentie van het leven, het hoogste in het leven, hen roept.
Het gevolg is de dood van je eerstgeborene. Menselijk gezien een zware straf. In religieuze taal betekent het dat je leven niet vruchtbaar zal zijn. Je draagt niets bij aan wat er na jou komt. Jouw weg loopt dood.
Ook Mozes’ niet willen van wat God vraagt, dreigt uit te lopen op zijn einde in het verhaal van God en Israël.

Maar gelukkig is Sippora er.
Zij besnijdt hun zoon Gersom en raakt met de bloedende voorhuid van hun zoon Mozes voeten aan. Of zijn geslacht, want voeten aanraken is een bedekte term voor iemands geslacht aanraken.
‘Jij bent mijn bloedbruidegom’ blijft een mysterieuze tekst. Maar het zou het inzicht van Sippora kunnen verwoorden dat ze is getrouwd met een man die zijn wil in een hogere dienst moet stellen en daar een offer voor moet brengen. Dat zal ook veel van haar vragen

We lazen de tekst over Mozes naast de het verhaal van Jezus over de verzoeking in de woestijn..
Twee verhalen die voor elkaar of bij elkaar zijn geschreven. Maar als je ze naast elkaar zet, werken ze toch op elkaar in.

In de woestijn wordt Jezus door de duivel voorgehouden hoeveel hij kan krijgen als hij voor de duivel kiest. Maar eigenlijk zijn het keuzes voor zichzelf. De duivel belooft hem de grootste rijkdom en macht die een mens kan krijgen. De duivel prikkelt ons ego. Maar Jezus weigert.

Het ego is een belangrijk element in ons volwassen mens zijn. De verhalen van vanochtend zijn niet bedoeld voor mensen die helemaal geen ego hebben ontwikkeld. Mensen die nóóit voor zichzelf kiezen. Een ego is heel gezond.
Maar bij vrijheid en liefde is er wat betreft het ego een paradox.
Je hebt een ego nodig om staande te blijven. Maar tegelijk wordt je leven zoveel rijker als je je ego in dienst stelt van iets groters en dus niet voorop laat lopen – als je je ego offert. Maar dat kan alleen als je een ego hébt (ontwikkeld).

Jezus weigert in te gaan op het aanbod van de duivel. Hij weet dat het leven niet alleen om hemzelf gaat. Hij weet dat er een groter mens zijn is, vol waarheid, schoonheid en rijker dan wat de duivel hem voorhoudt.

Een groter mens zijn dat offers vraagt.
Een offer van Jezus om af te slaan wat hij kan krijgen en wat later tot zijn dood leidt.
Een offer van Mozes om hij geen uitvluchten te verzinnen om lekker veilig in Midjan te blijven, maar daadwerkelijk te kiezen voor wat door hem gedaan moet worden in dienst van de weg naar vrijheid.