Welkom » Overdenkingen » Over scheppen en geloof, door ds. E.B. Asscher op 10 februari 2019

Over scheppen en geloof, door ds. E.B. Asscher op 10 februari 2019

Overdenking bij Jesaja 62,1-5, Psalm 65: 1,4,5 (berijmd) en Romeinen 4,17-20.

Inleiding: met militairen op Kreta
Enkele jaren geleden was ik met een groep gespreksleiders op Kreta, we voerden daar gesprekken met militairen op de terugweg van hun uitzending. Op Kreta maakten ze een tussenstop om te wennen aan het gewone leven. Voor het eerst weer burgerkleding aan, onbewapend en onbedreigd over straat, inkopen doen, biertje drinken aan de bar, afscheid nemen van hun missiemaatjes. En ook om zich voor te bereiden op de terugkeer thuis, bij vrouw en kinderen, alleen of bij hun ouders. Het ging toen om de uitzending naar Jordanië, waarbij de Koninklijke Luchtmacht actief was bij de strijd tegen de Islamitische Staat. De militairen vertelden over de vorderingen die in die strijd geboekt worden en ook over de moeilijke situaties die zich daarbij voordoen. Wat bijvoorbeeld te doen als de vijand zijn operatiecentrum heeft gevestigd in een leegstaand schoolgebouw. Als je de vijand daar aanvalt sla je een belangrijke slag maar tegelijk verwoest je de infrastructuur waarmee de bevolking verder moet als de strijd ten einde is. Oorlog voeren en een land opbouwen zijn echt twee verschillende dingen en oorlog voeren, bombarderen in dit geval, is op zichzelf geen makkelijke of prettige taak. Pas kort geleden zijn de F-16’s uit Jordanië teruggekeerd. Alle aandacht is nu gericht op de transitie naar de F35, het nieuwe jachtvliegtuig dat straks in november naar Nederland komt.

Geweld in Europa, verlangen naar rust, stilte en vrijheid
Maar toen op Kreta hoorden we van de aanslagen in Parijs. Misschien kunt u zich het moment nog herinneren? Er zijn in de tussentijd al weer vele aanslagen geweest, maar dit was toen, januari 2015, nieuw: het geweld kwam naar Europa. Een aanslag op de redactie van de Charlie Hebdo, een aanslag op de vrijheid van meningsuiting, zo kopten de kranten toen. Het bracht me in verwarring. De schrik, verbijstering en het verdriet kwamen plotseling dichtbij. Toen we met het vliegtuig in Eindhoven geland waren reden we met de bus terug naar Leeuwarden. De buschauffeur bood aan een film voor ons te vertonen. Dat werd een Amerikaanse actiefilm. In de vijf minuten dat ik gekeken heb zag ik meer dan tien mensen het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen, geweervuur, ontploffingen, verwurgingen, messteken. Meestal een korte dialoog en dan ‘Bam’, einde verhaal. Ik was er helemaal klaar mee. Ik zette mijn koptelefoon op met een mooie muziek, sloot mijn ogen en verlangde naar stilte in een wereld verzadigd met geweld. Mijn gedachten gingen terug naar een gedicht van Fernando Pessoã.

Vrijheid

Hoe heerlijk, ach hoe licht
Is het verzaken van een plicht,
Het boek dat voor ons ligt
Blijft ongelezen, dicht!
Lezen vergt geduld.
Studeren stelt niets voor.
De zon verguldt
Zonder één moeilijk woord.

De rivier stroomt voort, uiteindelijk,
Zonder eerste druk.
En de bries die blaast,
Zo vanzelfsprekend ochtendlijk,
Heeft, daar ze geen tijd heeft, geen haast …

Boeken zijn vellen papier met inkt bedrukt.
Studeren is iets dat onduidelijk verduidelijkt
Het verschil tussen niemendal en niets.

Hoeveel beter is het, wanneer het mist,
Te wachten op Dom Sebastião,
Of hij nu komt of niet!

Groots is poëzie, goedheid, schone kunsten …
Maar kinderen zijn ’s werelds schoonste gunsten,
En bloemen, muziek, maanlicht, en de zon die op zijn hoogst
Teleurstelt als hij niet doet groeien maar verdroogt.

En al het overige is dus Jezus Christus,
Die geen verstand van financiën had,
Noch, naar verluidt, een bibliotheek bezat …

Thuisgekomen baadde ik in de weelde van de rust en de stilte. Dat is eigenlijk het toppunt van vrijheid van meningsuiting, dat je zelfs de vrijheid hebt om te zwijgen. De vrijheid om de TV en de telefoon uit te zetten. Stilte is tot rust komen, afstand nemen. Maar stilte is ook: tot inkeer komen, jezelf opnieuw uitvinden.

Miroslav Volf, ‘Uitsluiting en omarming’
En dat deed ik in de dagen die volgden. Ik las een prachtig boek van Miroslav Volf. ‘Exclusion and embrace’ is de titel. Volf is een theoloog van Kroatische komaf. Hij was vorig jaar in Nederland op bezoek en heeft hier enkele lezingen gegeven. Zijn boek begint met het Bijbelse gebod dat je je vijanden lief moet hebben, maar dat hij als Kroaat heeft ervaren dat hij niet zomaar een Serviër kan liefhebben. Vanuit dat besef van onvermogen werkt hij verder aan een theologie van omarming, insluiting in plaats van uitsluiting. Volf gaat terug in de geschiedenis van de moderne tijd op zoek naar de wortels van de westerse cultuur. ‘Zelfonderzoek’ is dan niet alleen zijn individuele zelf, u of ik persoonlijk, maar het zelf van een samenleving, van een volk of van een gemeenschap van volkeren, het zelf van een cultureel klimaat, onze gezamenlijke identiteit. Op zoek naar die wortels van dat westerse ‘zelf’ wijst hij op de enorme wetenschappelijke, technologische en economische ontwikkeling en de welvaart die dat voor mensen gebracht heeft. Daar zijn we trots op. De ontwikkeling van de rechtsstaat, gelijke behandeling voor mensen ongeacht godsdienst, gender, ras, De internationale rechtsorde die ook Nederland ter harte gaat, allemaal ideeën, regels en instituten die willen helpen om samen te leven in vrede. Maar Miroslav Volf gaat verder terug, naar het begin van de westerse beschaving, naar de ontdekking van Amerika die mondialisering in gang zette, maar ook de uitroeiing van de oorspronkelijke bewoners van Amerika bracht. Naar de handel met de kolonies die grote welvaart bracht, maar ook de onderwerping en uitbuiting van de inheemse bevolking en de slavenhandel. Alle grote hedendaagse conflicten zijn op die geschiedenis terug te voeren, zegt Volf. De bestuurlijke indeling van de kolonies toen en de conflicten in noord Afrika nu. De slavernij en rassensegregatie in Amerika toen, en de onrust rond het optreden van witte politiemannen jegens zwarte mannen en kinderen nu. Volf onderzoekt de vraag naar onze identiteit en vraagt zich af waarom mensen zichzelf steeds tegen anderen afzetten? Waarom gaat het ontwikkelen van een eigen identiteit altijd samen met het afgrenzen van de ander? Kan dat niet anders? Kan dat niet inclusief-menselijker? Kunnen we onszelf niet definiëren vanuit juist onze verbondenheid met andere mensen? Beter, zegt Volf, zoeken we niet steeds het kwaad bij de ander en het goede bij onszelf, maar zoeken we samen met de ander naar het goede dat in ons allen is en met elkaar bestrijden we het kwade dat in ons allen is.

Scheppen: scheiden en opnieuw verbinden
We keren terug naar de stilte. Nu niet de stilte van de inkeer, maar de stilte van de lofprijzing. De stilte van de Psalm die we gezongen hebben. Psalm 65: ‘De stilte zingt u toe o Here’. ‘U prijzend komt het licht gerezen, het juicht tot in de nacht’, zongen we. In deze Psalm gaat het over Gods schepping. ‘Gij plant de bergen vast in de aarde’. U heeft vast wel eens een voorganger gehad die uitgelegd heeft dat scheppen in de bijbel een proces is van scheiding aanbrengen. Scheiding tussen het licht en het donker, het licht noemde hij dag en donker nacht. Het water wordt bijeen verzameld dat wordt de zee, en het droge op een andere plaats, dat wordt het land. De bedoeling van dit scheiden en scheppen is dat er de aarde bewoonbaar wordt. Vanochtend zet Psalm 65 nog een beslissende stap verder: het gaat niet alleen om scheiden, maar ook om opnieuw verbinden: ‘Gij komt het dorre land doorschrijden met water uit uw beek’; Gij druipt uw zegen in de voren, gij roept het kiemend graan’. Het land moet niet zó droog worden dat het graan niet meer groeit. Daarom verzamelt God water boven in de hemel, die in het antieke wereldbeeld als een tentdoek over de aarde is gespannen, het uitspansel. En als het te droog wordt op aarde dan zet hij de sluizen open en loopt het water over het land om het vruchtbaar te maken. Eerst scheidt God, zee, vasteland … daarna verbindt hij de gescheiden eenheden opnieuw met elkaar. De regen valst op het dorre land. Als God de mens geschapen heeft ziet hij dat het niet goed is dat die alleen is. Hij neemt een rib uit het lijf van Adam, aarde, en maakt Eva, leven-. En dan verbindt hij ze opnieuw aan elkaar door ze te zegenen: ‘wees vruchtbaar en wordt talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag…’ Samen zijn zij beelddrager van God. Zo verbeeldt de bijbel in die prachtige antieke beeldtaal de bedoeling van de wereld, dat we samen met de ander, die anders is, de wereld bewoonbaar maken. We zijn dus niet klaar met scheiding aan te brengen, man/vrouw, homo/hetero ga zo maar door. Het gaat pas goed als mensen zich over grenzen heen opnieuw met elkaar verbinden. Dat is de zegen waar Psalm 65 van zingt. Zou dat kunnen, dat je verschillende volken, verschillende culturen over grenzen heen met elkaar verbindt? Toch in de weken waarin een belangrijk bewapeningsverdrag wederzijds is opgezegd, waarin Theresa May opnieuw naar Brussel reisde en Paus Franciscus een eerste bezoek aan Abu Dhabi bracht is dat een belangrijke vraag. Kunnen we ons met elkaar verbinden, over grenzen heen?

Geloof: Abraham verbindt over grenzen heen
Apostel Paulus spreekt in zijn brief aan de Romeinen over Abraham. Paulus heeft in zijn zendingsreizen mensen tot geloof gebracht. Christelijke gemeentes heeft hij gesticht. En al die gemeentes worstelen met diversiteit. Hoe verbindt je al die mensen uit allerlei plaatsen en culturen met elkaar? De mensen botsen met elkaar, ondanks hun geloof in Jezus Christus. Abraham is dan het beste voorbeeld dat Paulus in de Bijbel kan vinden. Abraham vertrekt uit zijn eigen land. Hij laat zijn vanzelfsprekendheden achter zich. Hij voelt zich geroepen naar een toekomst die groter is dan zijn vertrouwde verleden. Hij ontmoet nieuwe mensen, vreemde culturen en leert zijn afkomst relativeren. Hij leeft naar de belofte dat zijn nageslacht de aarde zal bewonen –in vrede- zeg ik daar maar even bij. Die belofte van vrede is voor Abraham belangrijker dan eigen volk eerst, minder Marokkanen of ‘take back control’. Hij wordt een vader voor vele volken, inclusief de Marokkanen, de Britten, en de Ieren. Hij laat zich leiden door die stem, ook als alles tegenzit. Hij zet door. Zo bewijst hij eer aan God. En dat noemt Paulus ‘geloof’.

Geloof: Jesaja troost, droomt en zet dóór.
Tenslotte hoorden we de profetie van Jesaja over de stilte, de verlatenheid en de troosteloosheid van Jeruzalem. Zo treffen de ballingen Jeruzalem aan als ze terugkeren. Dezelfde stilte als in Palmyra in Syrië nu de oorlog voorbij is, de verlatenheid van Ferguson en Baltimore, na de rassenrellen, en de troosteloosheid van Parijs, Zaventhem, de kerstmarkt in Berlijn en de Promenade des Anglais in Nice. Je kan het je maar moeilijk voorstellen hoe mensen verder moeten op al die plaatsen na zoveel verwoesting en terreur. Toch zegt Jesaja: ik zal niet zwijgen, tot het licht van gerechtigheid schijnt en de fakkel van haar redding brandt. Want er is niet alleen scheiding van geesten maar ook toenadering van mensen die voor vrede bidden. Er is niet alleen verwoesting, maar ook intens verlangen naar vrede. Jesaja is een realist en een dromer. Hij ziet de harde werkelijkheid maar hij droomt van de toekomst. Hij weet dat het anders kan. Hij zwijgt niet, maar spreekt: een nieuwe naam voor Jeruzalem, gerechtigheid voor alle volken, feestvreugde, op aarde en in de hemel. Hij gelooft dat het anders kan, hij houdt vast aan zijn visioen. Net als Abraham geeft hij niet op, tot eer van God. Dat kun je ‘geloof’ noemen.

Geloof: zingen en bidden voor vrede
En wij? Laten we net als Jesaja niet zwijgen maar zingen. Want het woord van liefde, vrede en recht is in onze eigen mond gelegd. We blijven dromen van een leven in vrede, een wereld waar onze kleinkinderen niet hoeven te bombarderen, geen angst hebben voor aanslagen, maar in vrijheid leven. Vrijheid die stroomt als een rivier, vanzelfsprekend, zonder tijd of haast. Laten we zingen en bidden voor een wereld waarin mensen samen vreedzaam vechten tegen het kwaad dat in ieder van ons is. Een wereld waar mensen samen bouwen aan het goede leven, de vrede die ons beloofd is, amen.