Welkom » Overdenkingen » ‘Ontmoeting’ door ds. Sara Dondorp op 13 september 2020

‘Ontmoeting’ door ds. Sara Dondorp op 13 september 2020

Gemeente van Jezus Christus,

Wat zoeken we als wie hier samen bijeen zijn? Daar zijn een heleboel verschillende antwoorden op mogelijk. Allemaal antwoorden die naast elkaar kunnen bestaan. Naast elkaar en tegelijkertijd.
Dat kan van persoon tot persoon verschillend zijn, maar ook afhangen van de situatie, van je stemming. We kunnen ontmoeting zoeken, met elkaar en met God. Of misschien ontmoeten we God wel in elkaar en door elkaar… Wat of wie we ook zoeken, we zijn hier gekomen. In wat we noemen ‘Huis van God’. Plaats van ontmoeting. Aangekomen op een plek bedoeld om God te ontmoeten.
Allemaal zijn we hier gekomen. Allemaal zijn we op weg gegaan. Iets of iemand heeft ons in beweging gezet. Zo is het ooit met Abram begonnen. Hij hoort een stem. Een stem die roept: zie ik zal je wijzen waarheen. Geen idee heeft Abram. Hij gaat het onbekende tegemoet. En als hij daar dan komt, begint hij met het bouwen van een altaar. Een altaar aan de ene kant van het gebied en aan de andere kant. Alle hoeken gemarkeerd door een plek van ontmoeting met God. Op de plek waar je gaat wonen, moet van alles gedaan worden. Je moet er kunnen eten, slapen, werken, spelen, zingen. Dat moet allemaal geregeld worden, maar het begint met een altaar. Eerst moet de ontmoeting met God geregeld worden. Dan pas is die plek voor Abram min of meer een thuis. Min of meer, want hij blijft vreemdeling en reiziger. En uiteindelijk zijn we allemaal vreemdeling en reiziger. Maar een beetje thuis is daar waar een altaar is. Daar waar we God kunnen ontmoeten. Een plek waar het mogelijk is om met God in contact te komen. Zoals Abram het land waar hij woont markeert met altaren, zo zou je de zondagse kerkdiensten als markeringen kunnen ervaren.
Ankerpunten in de week. Plekken waar je richting kunt ervaren. Momenten waaruit je geestelijke voeding kunt putten. Plaatsen van ontmoeting met het Eeuwige, met God.

Hier zijn wij samen gekomen, om God te ontmoeten. Om met elkaar Gods aanwezigheid te ervaren. Hoe doen we dat, God ontmoeten, God ervaren? Volgens mij is dat voor iedereen anders, en dat geeft niet. Sommigen ervaren God in de stilte, in de rust, in de leegte. Een plek buiten het jachtige leven, waar de tijd even stilstaat. Vrij van de stress en de druk van alledag, vrij van prestatie. Je mag er zijn zoals je bent, zonder voorwaarden vooraf. Je wordt geaccepteerd zoals je bent, met al je kwetsbaarheden. Geen oordeel, geen druk. Alleen er mogen zijn. Niets meer of minder. Daar is God. Of liever: daar zouden we God tegen kunnen komen. Iemand anders ontmoet God misschien veeleer in het samenzijn. In de stemmen van anderen: samen zingen – of neuriën – , samen bidden, samen met elkaar van gedachten wisselen over het leven. Samen verheugd zijn dat we met elkaar gemeenschap zijn. En weer een ander ervaart God vooral in de inspiratie. In het horen van achtergronden bij een Bijbeltekst, in de verwoording van gebedsteksten of liedteksten. Al die stemmen komen hier samen en dragen bij aan het geheel.

Doet de plek ertoe, als we God willen ontmoeten? Voor Abram was dat wel zo. Voor hem was de ervaring van ontmoeting met God heel concreet. Hij sprak met God, zoals wij met onze buren zouden praten. Maar voor ons, zoveel eeuwen later, is dat anders. Wij staan waarschijnlijk dichter bij de apostel Paulus, niet meer gebonden aan een plek, maar aan een inspiratie. Hij groet allen die zich met de naam van Jezus verbonden voelen. Waar dan ook! En misschien ook: wanneer dan ook. In het jaar 55 in Korinte of in Efeze, vanwaar Paulus schrijft, en in het jaar 2017 in Ter Apel of Groningen of Rome. Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe. Een grote stad met havens, reizigers, ambtenaren, militairen. Met culturele manifestaties en sportfestijnen. Een stad met heel veel filosofische en religieuze stromingen, en ongetwijfeld met een bloeiende rosse buurt. Waar alle deugden en ondeugden van het leven plaatsvinden. Paulus is er een paar keer geweest.
Hij logeert dan bij Aquila en Priscilla, Romeinen die daar werken. Vanuit hun huis en atelier ontmoet hij mensen, joden en niet-joden. Geen kerk, maar een gewone, alledaagse werkplaats.
Ook dat kan een plek van ontmoeting met de Eeuwige zijn. Paulus groet alle volgelingen met Gods genade, waar ze ook zijn. Misschien zelfs wel in de havens of in de rosse buurt.

Na zijn groet gaat Paulus verder met een dankwoord. Hij bedankt, niet voor wat de Korintiërs allemaal voor goeds doen, maar voor wat hen gegeven is. De gave van de Geest. Geven en ontvangen zijn met elkaar verbonden. Het begint met ontvangen: je ontvangt je leven, je levensadem. We ontvangen de Geest, inspiratie van boven. De roeping om met elkaar eensgezind te zijn, als volgelingen van Jezus Christus. In de stad Korinte worden sportwedstrijden gehouden: daarbij wil iedereen de beste zijn. Competitie, wedijver, prestatie. Paulus wijst een andere weg: de weg van Gods Geest, de weg van Liefde. Ook al zijn we allemaal verschillend, hebben we allemaal verschillende gaven en talenten, allemaal worden we aangeraakt door dezelfde geest van Liefde.
Gods liefde, die alles kleur geeft, bij wie elk talent telt. Het loflied van de liefde, I Korinte 13, is gericht aan de gemeente.

Hoe geven we die gave van de Geest dan vorm, als we samen zijn? Hoe doen we dat, gemeente van Christus zijn? Waarschijnlijk heeft het toch iets te maken met ontmoeting. Mensen hebben het nodig anderen – elkaar – te ontmoeten. Mensen hebben contact nodig en waardering. Daarom is de corona-crisis zo wrang: veel ontmoetingen mogen niet. We weten dat het voor een goed doel is, daarom houden we het vol. Maar soms kost het moeite. We verlangen er zo naar. Waar mensen elkaar werkelijk ontmoeten, daar gebeurt iets. Misschien kan je wel zeggen dat God daar aanwezig wil zijn. Bij Abraham ging het om een plek, bij Paulus om inspiratie, en uiteindelijk gaat het bij beiden ook om het contact. Om de verbondenheid tussen mensen onderling en de verbondenheid tussen mensen gezamenlijk en God. Als je er zo naar kijkt krijgt een ontmoeting bijna iets heiligs. Het zou een mystieke ervaring kunnen worden.

Op die manier zal lang niet iedereen ontmoetingen ervaren, maar het verlangen is er wel: naar werkelijke diepe verbondenheid. Verlangen naar werkelijke ontmoeting met de Eeuwige. Verlangen naar ervaring van Gods daadwerkelijke liefde. Dat verlangen kunnen dichters mooi onder woorden brengen. Eeuwen geleden hebben de Psalmdichters over dat verlangen geschreven. En moderne dichters zoeken opnieuw naar woorden. Ik denk aan de theoloog en dichter Karel Eykman die Psalm 42 hertaalde. Het is een eeuwenoud lied over verlangen, dat tegelijk modern klinkt:
Over ons verlangen: onze dorst naar Gods liefde, naar Gods vrede, naar Gods aanwezigheid. Zoals een hert naar water verlangt, zo verlangt een mens naar God.
“Stel, je bent een hert,” dicht Karel Eykman. Een hert op de vlucht. “… Sta je na te hijgen buiten schot en buiten adem dan zit er alleen maar in je kop: water, nu eerst water, alleen maar water.
De rest komt later wel.” (…) “Stel, je bent een mens” en ze zitten scheldend achter je aan… – of, zouden wij nu kunnen zeggen: je bent een mens en je bent wanhopig over het gebrek aan ontmoetingen: “… red je het niet meer, heb je het helemaal gehad. ‘Wat heb jij nog aan God? Jij bent toch godvergeten?’ Dan maalt alleen maar in je hoofd: God, nu eerst God, alleen maar God.
De rest komt later wel.” “En ik weet dan waar het op aankomt in mijn hart en ziel. Dan kan ik ertegen, dan ben ik op mijn plek. Zit dat goed, dan gaat het me goed.”

Als het gaat om ontmoeting met God, zouden we de richting misschien om moeten draaien. God verlangt naar ontmoeting met óns. Als we dat toelaten, dan zit het – om met Karel Eykman te spreken – wel goed.

Amen