Welkom » Overdenkingen » ‘Louterend vuur’ door ds. Menso Rappoldt op 21 oktober 2018

‘Louterend vuur’ door ds. Menso Rappoldt op 21 oktober 2018

Overdenking bij Markus 9: 38-50 en Thomas Merton

Een louterende vuurproef Laat niemand hopen in de contemplatie een uitweg te vinden uit conflicten, angst of twijfel. Integendeel, de diepe, onuitsprekelijke zekerheid van de contemplatieve ervaring wekt een tragische angst op en roept in de diepten van het hart veel vragen op, als wonden die blijven bloeden…Deze twijfel druist geenszins in tegen het oprechte geloof, maar onderzoekt en bevraagt, op meedogenloze wijze, het valse, dagelijkse ‘geloof’, het menselijke geloof dat slechts opinie is… Deze kwelling is een soort vuurproef die ons ertoe dwingt alle vooroordelen en opvattingen die we tot nu toe aannamen als dogma’s te onderzoeken, te bevragen en ten slotte te verwerpen in het zelfde licht van de onzichtbare waarheid dat ons bereikte in de duistere straal van de contemplatie. Wat een holocaust: deze voortdurende brandstapel waarop oude, versleten woorden, gemeenplaatsen, slogans en mooie redeneringen tot as worden herleid! Het ergste is dat zelfs schijnbaar heilige opvattingen mee worden vernietigd met de rest. Het is een vreselijke beeldenstorm, een tempelreiniging, opdat geen enkele afgod meer zou overblijven op de plaats die voorbestemd was om leeg te zijn: het centrum, het existentiële altaar dat alleen maar ‘is’. Tenslotte moet de contemplatief de pijn en de angst doorstaan niet meer te weten wat God is. Misschien beseft hij dan wel dat dit een groot winstpunt is, want God is geen wat, geen ‘ding’. Hij is een zuivere Wie. Hij is de ‘Gij’ voor wie ons innerlijkste ‘ik’ tot totaal bewustzijn ontluikt. (Thomas Merton 1915-1968).

Het is niet genoeg dat je je dagelijks onder Gods hand stelt. Het gaat erom dat je uitsluitend onder zijn hand leeft: iedere gespletenheid opent de deur voor dagdromen, botte praatjes, gepoch, roddel – al die trawantjes van de vernietigingsdrift. (Dag Hammerskjöld,1905-1961)

Overdenking

Uit een brief van kinderen van gescheiden ouders 2012 (geheel te vinden op internet): Met deze brief willen wij jullie laten weten hoe wij ons voelen. `Wij ‘ zijn de 70.000 kinderen per jaar die op een dag te horen krijgen dat hun ouders uit elkaar gaan. Op die dag stort onze wereld in. Alles wat veilig en vertrouwd was wordt ineens anders. Veel van ons moeten verhuizen, naar een andere school, wennen aan jullie nieuwe liefdes en in het ergste geval 1 van de ouders heel erg missen. En dat doet pijn. We willen zó graag allebei onze ouders in ons leven. Twee ouders die van ons houden en ons groot zien worden. Twee ouders die staan te juichen langs de lijn, trots zijn als we goeie cijfers halen en alles willen weten over ons eerste gebroken hart. Die samen op de eerste rij zitten als we examen doen en liefdevol hun eerste kleinkind vasthouden. Weten jullie wel hoeveel verdriet we soms stiekem hebben? Als we de boodschapper moeten zijn. Als we moeten luisteren naar de gemene dingen die jullie over elkaar zeggen. Als we zien dat jullie elkaar negeren waar we bij zijn. Weten jullie wel hoe moeilijk het is om van jullie allebei te houden, terwijl dat soms van 1 van jullie niet mag? Dat we dan maar niks zeggen over hoe leuk het weekend was? We voelen ons verscheurd tussen de twee mensen waar we zoveel van houden. We voelen ons schuldig als we het leuk hebben bij de ander. We voelen ons verantwoordelijk voor jullie geluk. Meestal zijn jullie zelf na een tijdje weer gelukkiger. Maar voor ons is dat vaak niet zo makkelijk. Sommigen van ons houden er heel lang last van.
Een ontroerende brief die laat zien hoe je verscheurd kan zijn in je leven.

Een andere ontwikkeling van deze tijd is, dat mensen overspannen of burn-out raken. steeds jonger. Zelfs 20-ers waarvan je denkt dat ze bruisen van energie. Overspannen raken en burn-out betekent dat er te lang en te veel gevraagd is van je energie, je aandacht en je concentratie. Je werd geleefd tot het op was. Een ander zelf dat ook aandacht nodig heeft, rust en bezinning, is uit het oog verloren. Een van de moeilijke opgaven in het leven van jongere mensen is om evenwicht te bewaren tussen alles wat je moet van anderen of van je zelf, en alles wat goed voor je is. Of liever: Een burn out laat zien dat niet alles wat je dénkt dat belangrijk en goed voor je is, wérkelijk goed voor je is. Balans is een belangrijk woord voor veel mensen: We moeten veel ballen in de lucht houden. Elke bal is een taak, een hobby, een wens, een ideaal.
Tweespalt is een oude kwaal van de ziel van de mens. Tweespalt als een innerlijke verscheurdheid waar je onder lijdt. In religieuze taal is de vraag van de ziel die lijdt onder tweespalt: Hoe kan ik één zijn? Een geheel? De bijbel vertelt in verhalen dat de mens altijd begint als éénheid. Dat noemen we het paradijs. Jezus wijst soms naar de eenvoud van een kind als hij die eenheid bedoelt. Maar de verhalen in de bijbel gaan verder en vertellen hoe ook elk mens uit dit paradijs raakt door verleidingen en jaloezie die zelfs uitmonden in doodslag. Er zijn ervaringen die een ander en jezelf beschadigen. Na de eenheid maken die krassen op je ziel. Vaak bergen we wat naar is op in hokjes. Maar er zijn momenten dat dat niet meer lukt. Dan lekt het of barst het open. Ervaringen van mishandeling of seksueel geweld die zijn weggestopt, kunnen jaren later naar buiten komen. In alle verscheurdheid houdt de ziel een verlangen naar eenheid. Naar één geheel zijn. Je niet meer hoeven verstoppen, niet meer iemand of iets uithangen die je eigenlijk niet bent, niet altijd een rol hoeven spelen waar je zelf in verdwijnt. Niet meer je hoeven schamen voor je pijn.

Eén van de namen voor God hangt met dit verlangen naar een geheel zijn samen: ‘de Ene’. ‘Hoor Israël, uw God is één.’ Dat wil niet zeggen dat er geen andere goden zijn. Die zijn er wel, maar het duidt op geloven in God als hoogste waarin we één zijn. Zonder gespletenheid, zonder kloven, zonder verscheurdheid, zonder gescheiden hokjes in ons zelf. Verschillen zijn er en mogen er zijn, tussen mensen en in ons zelf. Maar samen zijn we ten diepste één. En mét alles wat wij zijn en met wat we in hokjes stoppen zijn we ten diepste één.
Met dit beeld van God als de Ene, krijgt die ongemakkelijke tekst uit Markus, misschien een wat andere kleur. Jezus is de mens die Eén is. Hij spreekt tegen zijn leerlingen. Zij willen hem volgen. De leerlingen zijn wij die ook als mens één willen zijn. Maar ze doen dingen die tweespalt brengen. Ze vragen zich bijvoorbeeld af wie van hen het belangrijkste is. Dat is een vraag die splijt. En ze houden iemand tegen die in Jezus naam demonen uitdrijft maar zich niet wil aansluiten bij hen. Ook een manier van kijken die splijt. Jezelf als exclusief en bijzonder zien, maakt dat je niet de waarde van een ander ziet en erkent.
Maar dan die verschrikkelijke teksten over de molensteen, afhakken en het vuur. Allereerst: teksten over de ziel zijn altijd beeldtaal. Dat is niet om het makkelijker te maken.

Maar omdat je een tekst geen recht doet door te denken dat je echt beter kan verdrinken, of echt je oog moet uitrukken.
Waar Markus op doelt: leven in eenheid, als een geheel, vraagt bewust zijn. En bewustzijn vraagt keuzes. Soms radicale keuzes. Wat tweespalt voortbrengt, komt voor een deel van buiten, zonder dat we er een hand in hebben. Zoals we lezen in de brief van kinderen aan gescheiden ouders. Maar er komen ook andere zaken die onze aandacht vragen of opeisen. Dingen die je willen verleiden, waar je aan mee moet doen of die je worden opgelegd. Zo kan je hand, je voet en je oog bezig gaan met zaken die jouw eenheid verstoren. Waar je naar kijkt bijvoorbeeld kan jouw één zijn splijten. Waar je heen gaat, of bent met je voet: hetzelfde. Een voorbeeld is de reclame van second love. De naam alleen al duidt op gespletenheid.

Eénheid wil zeggen: één zijn en met beide voeten, beide handen, beide ogen gericht zijn op wat één maakt. Zoals Dag Hammerskjöldt zegt: het is niet genoeg om elke dag onder de hand van God te leven. (want dan doe je even iets aan God, en dan ben je in wat je doet weer gericht op andere dingen.) Het gaat er om dat je uitsluitend onder Gods hand leeft. Want iedere gespletenheid opent de deur voor dagdromen die onecht zijn, botte praatjes, gepoch, roddel – al die trawantjes van de vernietigingsdrift. Het vuur waar Jezus bij Marcus over spreekt, is niet het vuur van de hel. Het is het vuur van God. Vuur is een veel gebruikt beeld voor Gods presentie, bijvoorbeeld als God spreekt. Vuur is ongrijpbaar, heeft geen vaste vorm, het geeft licht, het warmt én het vernietigt. En is daarom bij uitstek een passend beeld voor God en de goddelijke aanwezigheid.

Twee handen, twee voeten, twee ogen staan in de tekst voor gespletenheid. Hak je hand, en je voet af, ruk je oog uit, is een waarschuwing om te voorkomen dat je hand, voet en oog je op de verkeerde weg brengen en de eenheid in je leven vernietigt. Want als je op de weg zit waar je niet meer één bent, is het moeilijk om weer één te worden. Je bent niet zomaar van een burnout af. Dan moet je flink snoeien. Daarom ‘beter kreupel dan met twee voeten het leven binnen gaan’. Liever langzamer bewegen dan snel en vastlopen en dan de ‘hel’ van een burnout moeten doormaken. God staat voor Eenheid als hoogste en diepste in het leven. God is als vuur en soms een zuiverend vuur. Namelijk om alles wat aan je is vastgegroeid is dat verscheurd maakt als het ware weg te branden. Merton beschrijft het in zijn tekst over een mens die contemplatief helemaal één wil zijn. Die moet veel van zijn beelden en zekerheden verliezen Als een brandoffer worden oude beelden, mooie woorden en heilige opvattingen verbrand. Een pijnlijk proces tot je niet meer weet wat God is. Er blijft alleen maar een leeg centrum over. Waar God als Wie, als Gij bij wie ons innerlijk als totaal bewustzijn ontluikt. Totaal bewustzijn: waar alles één is,. alles een geheel. Waar jij één bent met alles in je en met alles om je heen..

Het Gehenna is de plaats waar in de traditie de zuivering van het laatste oordeel plaats vindt. Een plaats is in religieuze taal geen locatie die we kunnen aanwijzen. En ‘laatste’ is in religieuze taal niet een bepaald tijdstip. Maar meer het definitieve. De definitieve balans als je alles weet en weegt. Dat kan ook nu zijn. Het vuur in het Gehenna is niet het vuur van de hel, of de duivel. Maar het vuur van God die zuivert om weer de oorspronkelijke eenheid te herstellen.

Hoe moeilijk dat is, wordt je je bewust als je patronen probeert te doorbreken die jou leven verscheurd maken. Iemand die altijd de rol op zich neemt van een clown te zijn, zonder iets van zichzelf te laten zien, zal niet makkelijk die rol loslaten. Hij/zij zal zich totaal verloren voelen. Iemand die altijd gewend is het woord te nemen en alles te sturen en daardoor mensen van zich vervreemdt, zal niet makkelijk een luisterende rol zonder te oordelen kunnen nemen. Hij/zij zal zich afvragen: wie ben ik eigenlijk? Vorig jaar heb ik zelf mijn patroon willen loslaten om ’s ochtends eerst in de krant te duiken. En in plaats daarvan een mooie inspirerende tekst te lezen als opening van de dag. wekenlang trok die krant mij naar zich toe en moest ik daartegen vechten. Nee voet, nee hand, nee oog. Niet eerst de krant! En jongeren die als proef een week zonder mobiel telefoon moesten leven, zeiden na afloop: het voelde als een amputatie. (Dat komt dicht bij Markus)

God als Ene, als eenheid en een geheel zijn, staat voor hoe we werkelijk leven, hoe we werkelijk verbonden zijn. Hoe we het meest mens zijn. In de contemplatie is dat het hoogste streven waar alles voor wijkt. Maar wij dan? Wij leven niet in een klooster. Wij sluiten ons niet af. We hoeven geen kloosterlingen na te doen. Maar er zijn momenten waar we ervaren dat we net als zij ver van eenheid zijn geraakt. En dat we daar onder lijden. En deze radicale teksten van Jezus in Marcus, Merton en van Hammerskjöld kunnen ons wel helpen als vraag: wat onze voet en onze hand doet, waar ons oog onze aandacht op richt dat ons leven verscheurd maakt. Wat maakt dat wij het zout in ons leven verliezen. De vraag aan ons is wat ons in ons leven meer één maakt.