Welkom » Overdenkingen » ‘Hij was hier en wij wisten het niet’ door ds. Egbert van Dalen (Ede) op 28 april 2019

‘Hij was hier en wij wisten het niet’ door ds. Egbert van Dalen (Ede) op 28 april 2019

Lieve mensen,

We hebben vanmorgen twee iconische lezingen gehoord. Jacob te Bethel én de Emmaüsgangers.  In Jacob te Bethel lezen we dat de zon ondergaat. Die zon komt pas weer een verhaal later op, als Jacob bij de Jabbok met de engel heeft geworsteld en hij de naam Israël krijgt. Het gaat over zijn identiteit en die van het volk dat naar hem vernoemd is. Het verhaal over de Emmaüsgangers wordt vaak gelezen als het verhaal van mensen die als pelgrims op weg gaan en stap voor stap tot inzicht komen. Toch is er tussen deze twee iconische verhalen een overeenkomt, en daar wil ik het vanmorgen met u over hebben. Zowel in het verhaal van Jacob te Bethel als van de Emmaüsgangers wordt aan het einde van het verhaal dezelfde conclusie getrokken: Hij was hier, en we wisten het niet!

De Emmaüsgangers denken terug aan de vreemdeling die met hen meeliep en zeggen dan: “Brandde ons hart niet toen hij ons de Bijbel uitlegde?” Hij was het zelf Christus. Ze herkenden hem niet, maar ze hádden het kunnen weten! Het is alsof hun een blinddoek wordt afgedaan. Zoiets gebeurt er ook bij Jacob, die stomverbaasd wakker wordt uit zijn droom. “Dit is zeker,” zegt hij, “op deze plaats is de Heer aanwezig, en ik besefte het niet.” Hij is diep onder de indruk: “Hier moet de poort naar de hemel zijn!” Hij snapt het nog niet helemaal, want hij was toevallig net hier gaan liggen, omdat hij niet verder kon op zijn reis. De zon onder was gegaan, het donker was geworden.

Beide verhalen spelen tegen een donkere achtergrond. Jacob is op de vlucht voor zijn tweelingbroer Esau die hem wilde vermoorden, omdat hij zich bedrogen voelde. En de Emmaüsgangers zijn nog behoorlijk onder de indruk van wat er het afgelopen weekend is gebeurd, toen hun leider op wie ze hun hoop gevestigd hadden, op een gruwelijke manier was omgebracht. Dan denk ik onwillekeurig aan wat er deze week Sri Lanka is gebeurd, waar mensen ook bij elkaar waren gekomen om Pasen te vieren en een afschuwelijke moordpartij met bomaanslagen een einde aan het feest maakte. Bij de Emmaüsgangers gebeurt er juist in hun hopeloze situatie iets wonderlijks. Ze ontmoeten een verschijning uit een andere wereld, degene die net daarvoor overleden was. En ook bij Jacob gebeurt er iets wonderlijks. Hij krijgt een zogenaamde heldere droom. Mensen die zoiets krijgen, zeggen vaak: het was een droom, maar het was geen droom, het was echt. Ook in de tijd dat ik hier predikant was, heb ik dat verschillende keren gehoord. Dat mensen die een net een geliefde hadden verloren, vertelden dat ze die in een soort droom die nacht daarna ontmoetten en dat ze alles hadden kunnen doorpraten hoe het verder moest. En zelfs vertelde iemand dat de overledene zei: Ik moet nu gaan, want het is bijna half drie. En toen die persoon wakker werd en op de wekker keek, was het half drie.

Dat zijn ervaringen waar we met ons verstand niet bij kunnen. En het hoeft helemaal niet zo te zijn dat je iets buitengewoons meemaakt. Waar het om gaat, is dat het met name bij mensen die in een uitzichtloze situatie verkeren, omdat ze iets hebben meegemaakt dat de fundamenten van hun bestaan heeft geschud, dat die gevoelig worden voor die andere dimensie. Daar hoef je geen visioenen van engelen voor te zien, het kan ook zijn dat dingen die op zichzelf niet bijzonder zijn als een teken worden opgevat van het Andere – hoe je het ook al noemt. Misschien heb je dat zelf ook weleens meegemaakt dat je bestaan uitzichtloos leek, of dat je voor een grote beslissing stond en niet wist wat je moest doen, en dat je ineens een antwoord kreeg, omdat je iemand ontmoette, of dat je iets hoorde of las, waar je zelf een bijzondere betekenis aan gaf, en dat het voelde alsof je een teken kreeg van de andere kant. De latere kerkvader Augustinus, hoorde, toen hij als jonge man na een leven van, zeg maar, ‘seks, drugs en Rock ‘n’ Roll’  was vastgelopen in zijn leven, het buurmeisje aan de andere kant van de schutting roepen: Neem, lees! En hij begreep dat als een bijzonder teken van God, dat hij de Bijbel moest gaan lezen. Dat heeft zijn leven op een nieuw spoor gezet. Heel veel mensen (ik kwam dat veel op Curaçao tegen) zien de bijbel als een magisch boek dat ze, wanneer ze in nood zijn, op een willekeurige plaats openklappen en hun vinger bij een tekst houden. In de hoop dat daar voor hun een speciale boodschap te vinden is. Ik heb dat zelf ook een keer gedaan. Ik ben daar helemaal geen type voor, maar ja, soms zwicht je. Wat ik daar las, leek voor mij persoonlijk geschreven te zijn. Ik had er heel veel aan op dat moment. Die verschijnselen bevinden zich over de grens van het verklaarbare. De een haalt er sceptisch zijn schouders bij op en kan er niet bij dat mensen zichzelf zo voor de gek houden, de ander kan er diep door worden geraakt. Maar de discussie daarover, of het onzin is of niet, dat is eigenlijk niet zo belangrijk. Mensen verschillen nu eenmaal van elkaar, de een is rationeler ingesteld dan de ander. Bij ieder mens ligt de grens van wat je nog beredeneren kan ergens anders, maar ergens houdt het op, omdat je eindig bent. Daar kan het moment zich voordoen dat je je kunt overgeven aan het mysterie, het wonder, dat door de kieren van je bestaan als een lichtstreep naar binnenvalt.

Dat zijn momenten die je niet kunt afdwingen. Het zou wel makkelijk zijn als je alleen maar de Bijbel op een willekeurige bladzij open hoeft te slaan en daar op bestelling een antwoord vindt. Wat volgens mij beslissend is, is dat je wéét dat dit kan gebeuren en dat je je ervoor openstelt.

In het schilderij van Chagall voel je dat ook. In de wonderlijke kleuren. In de betekenissen die hij daarin verborgen heeft. Vogels, bijbelse figuren, ook de gekruisigde Jezus. Daarmee brengt hij een mysterieuze wereld in het hier en nu. Wat me opvalt is die slapende, roodgekleurde Jacob, die als het ware opgloeit door het wonder in de nacht.

Deze week zag ik een programma op de televisie waarin jonge mensen spraken over hun ervaringen met suïcidepogingen. Ze vertelden hoe ze tegen dingen op konden zien, hoe onzeker ze waren over hun uiterlijk, of omdat ze perfectionistisch en faalangstig waren, of zich telkens negatief vergeleken met anderen. Door hun gedachten creëerden ze een wereld die uitzichtloos en somber was. Ze zeiden: Ik keek vooruit en ik wist dat het leven me niks meer te bieden had.
Je kunt in je somberte menen dat je je hele leven kunt overzien. Maar wat je niet kúnt zien, is dat er onverwacht, soms van het ene op het andere moment, een Jacobsladder in je leven kan verschijnen. Je ontmoet iemand, er gebeurt iets waardoor je zicht ineens verandert. Het is zo belangrijk dat je dat, vooral als je jong en kwetsbaar bent, één keer meemaakt, dat je weet dat midden in de nacht die zich in je hoofd gevormd heeft de mogelijkheid bestaat van een ontmoeting met het geheim. Dan verliest het kwaad zijn greep op je.

Het valt niet te ontkennen dat mensen soms muurvast kunnen zitten. Door gezondheidsproblemen, schulden, eenzaamheid. Je kunt je soms heel machteloos voelen, ook tegenover mensen die in de put zitten. Het kan aan redenen tot hoop ontbreken. Maar dat neemt niet weg dat er in het hier en nu ruimte in de machteloosheid kan ontstaan. Misschien ontstaat er beweging omdat een ander met je meeleeft, of omdat je iets hoort of ziet wat oplicht en betekenis krijgt.  In het hier en nu kunnen kleine wonderen gebeuren. Ook nu het soms lijkt alsof de aarde zelf de nacht ingaat. Het klimaat verandert, dieren sterven uit, insecten verdwijnen, mensen slaan op de vlucht, radicalisering neemt toe. Onze ruimte wordt kleiner. Ook in deze nacht zullen Jacobsladders onverwacht verrijzen en zullen engelen de aarde verbinden met de Eeuwige, de onzienlijke, die alle verstand te boven gaat.