Welkom » Overdenkingen » ‘Gegrepen door Gods liefde’ door ds. Sara Dondorp op 9 augustus 2020

‘Gegrepen door Gods liefde’ door ds. Sara Dondorp op 9 augustus 2020

Inleiding

Onder moderne mensen heeft Paulus niet zo’n goede naam. Toch heeft hij hele mooie en inspirerende dingen geschreven. Denk alleen maar aan het loflied op de liefde uit de eerste Korinthe-brief. Zonder liefde ben ik als mens niks waard. Liefde voor medemensen, liefde voor het goede, voor rechtvaardigheid, en uiteraard ook liefde voor je levenspartner, al is dat niet speciaal bedoeld. Wie zo over liefde kan schrijven, kan toch geen harteloze scherpslijper zijn? Eeuwenlang hebben dogmatici hun licht over zijn brieven laten schijnen. Maar Paulus is geen dogmaticus, hij is een bevlogen brievenschrijver. Hij is geraakt door het leven en de verhalen van Jezus van Nazaret. Daar schrijft hij over aan concrete mensen. Meestal mensen die hij kent. En meestal naar aanleiding van concrete situaties. Het is een brief over vertrouwen en over hoop. Gericht aan mensen die leven in een moeilijke tijd. Een tijd waarin gevaar, ellende, armoede en ontberingen alledaags zijn voor een heel groot deel van de mensen. Zeker voor de mensen aan wie Paulus schrijft. Ik heb gekozen voor een vertaling die weliswaar al 30 jaar oud is, maar waarin expliciet geprobeerd is om 2000 jaar stof weg te vegen, om weg te blijven van dogmatische taal. De vertaling is van Henk Abma en Henk Ruiter.

 

Schriftlezing: Romeinen 8:29-39[1]

God heeft van meet aan gekozen

voor de mens van zijn hart,

in een sprekende gelijkenis met zijn zoon:

de eerste in een groot gezin.

De mens van zijn keuze heeft hij ook geroepen.

En wie hij roept,

doet ook gerechtigheid.

en wie gerechtigheid doet,

raakt aan het licht.

Wat moeten we hier nog aan toevoegen?

Indien God voor ons is,

wie kan dan tegen ons zijn?

Hij die zelfs Jezus niet ontzien,

maar aan ons allen ten voorbeeld stelde

zal ook ons volledig in zijn vreugde laten delen.

Wie kan tegen dit voornemen van God iets inbrengen?

Als wij gerechtigheid doen,

kan niemand ons wat maken:

Jezus messias,

die de dood niet uit de weg ging

en ons ook nu nog inspireert,

Gods rechterhand is ons nabij.

Wie zal ons scheiden

van de liefde van de messias?

Verdrukking, angst, vervolging,

honger, armoede, gevaar of wapens?

Zoals geschreven staat:

‘om onze trouw aan u

worden we dagelijks met de dood bedreigd.’

En toch doorstaan wij dat alles glansrijk,

door hem die ons liefheeft.

Het is mijn vaste overtuiging

dat noch dood, noch leven,

noch boze machten, noch overheden

noch huidige, noch komende ellende,

noch krachten, noch hoogte, noch diepte,

ja, dat niets ter wereld

ons zal kunnen scheiden

van de liefde waarmee God ons omringt

in messias Jezus, onze Heer.

 

Overdenking

Gemeente van Jezus Christus,

Hoe houden we hoop te midden van een heleboel ellende? Waar halen we het vertrouwen vandaan dat het goed komt met de wereld? In deze onzekere tijden hebben we meer dan ooit behoefte aan hoop, aan een hoopvol toekomstperspectief, aan vertrouwen. Als je het nieuws bekijkt, bekruipt je meer de wanhoop en het wantrouwen. Denk alleen maar aan de afschuwelijke ramp deze week in Beiroet. De ellende en de verwoesting zijn bijna niet voor te stellen. Misschien voelt het als geruststelling dat het geen aanslag was, maar dat corruptie en nalatigheid hiertoe kunnen leiden  is allerminst geruststellend. En ondertussen steekt op allerlei plekken Corona weer de kop op, tegelijk horen we berichten dat mensen zich minder aan de regels houden. Bij dat alles maken we ons ook zorgen over de economie, en de milieuproblematiek is niet ineens verdwenen, ook al hoor je daar niet veel meer van. Zo zijn er nog veel meer zaken waar we ons zorgen over maken. We houden ons hart vast over de toekomst van Amerika, waar burgerrechtendemonstraties worden afgeschilderd als terrorisme en waar de president meer bezig is met zijn eigen herverkiezing dan met de noden van de gewone mensen in zijn land. Het zijn slechts enkele voorbeelden. Ik zou nog wel even door kunnen gaan. Waar halen we dan nog de hoop vandaan?

 

Stel nu dat je ergens te midden van de ellende een hoopvol lichtpunt ontdekt? Dan wil je toch niets liever dan dat delen! Volgens mij is dat waar Paulus’ brieven over gaan. In zijn tijd was er ook veel wantrouwen, wanhoop en ongerustheid. Weliswaar stond de tempel van Jeruzalem nog overeind – Paulus schreef zijn brieven rond het jaar 50 van onze jaartelling – de Romeinse bezetting was niet mals. En ook onder bevolkingsgroepen onderling was er veel onenigheid. In die tijd waren er nog diverse stromingen in het jodendom. Paulus zelf was een leerling van rabbi Gamaliël. Deze rabbi komen we ook tegen in Handelingen 5. Hij gold als ruimdenkend en gematigd. Toen de vraag aan de orde was of andersdenkenden – lees volgelingen van Jezus van Nazareth – vervolgd zouden moeten worden, was het zijn voorstel om deze mensen hun gang te laten gaan. Als het mensenwerk is wat ze nastreven, houdt het vanzelf wel op en als het Gods werk is, heeft het geen zin ze te bestrijden. Dat is een les die wij misschien ook wel kunnen gebruiken: Geef andersdenkenden de ruimte: als ze ongelijk hebben, komt dat vroeg of laat wel aan het licht. En als ze gelijk hebben, heeft het geen zin je te verzetten. Hoe dan ook, Paulus heeft déze les niet van Gamaliël overgenomen. Hij bestreed de volgelingen van Jezus met grote passie. Totdat hij onderweg naar Damascus het licht zag. Diezelfde passie zette hij nu in vóór de volgelingen van Jezus.

 

Als je iets over Paulus kan zeggen, is het wel dat hij een gedreven briefschrijver was. De hoofdstukken voorafgaand aan ons fragment staan vol met vlijmscherpe scheldkanonnades, gericht aan diverse groepen. Het zijn onder meer dit soort teksten die in de afgelopen eeuwen diverse dogmatici hebben geïnspireerd tot grote theologische bouwwerken. Vandaar dat ze, na al die tijd, een theologisch mijnenveld zijn geworden. Daar ga ik me vanmorgen niet aan wagen. Wat je er ook over zeggen kunt, een groot deel van de context zijn we kwijt. Waarschijnlijk is Paulus’ verontwaardiging vooral gevoed door betrokkenheid. Vanuit diezelfde betrokkenheid komt zijn lofzang op de liefde. Want volgens mij schreef hij vooral vanuit geraaktheid. Hij is gegrepen door de betekenis van Jezus, door het vertrouwen dat Jezus opwekt onder mensen. Misschien mag je wel zeggen dat voor Paulus Jezus een lichtpunt was, een bron van hoop en vertrouwen in moeilijke tijden. Dat licht, dat vertrouwen, die hoop wilde hij delen met alle mensen. Zelf schrijft hij het ongeveer zo, aan het begin van zijn brief, en ik citeer de vertaling van Henk Abma en Henk Ruiter:

“Paulus, volgeling van Jezus messias,

gegrepen door het verhaal van zijn leven,

waar God door zijn profeten in de heilige schriften

reeds eerder op had gezinspeeld:

geboren als nazaat van David,

werd hij verstaan als zoon van God

vanwege zijn scheppende kracht om mensen te bevrijden,

waarbij hij zich zelfs door de dood niet liet weerhouden.

Jezus messias, onze Heer, gaf ons het voorrecht

om alle volken – evenals jullie –

vertrouwd te maken met zijn naam.[2]

 

Je zou het misschien zo kunnen zeggen: Jezus’ vertrouwen in God de Vader was zo onvoorstelbaar groot, dat hij zijn weg met God volhield tot in de dood en daar voorbij. Jezus is bij uitstek een mens naar Gods hart, een kind van God. Hij is solidair met de misdeelden, hij staat achter de gewone mensen. Misschien kan je het wel zo zeggen: hij staat boven partijpolitiek en verschillen tussen mensen: hij is voor álle mensen. Wij kunnen zeggen: Ik ben voor meneer X, mevrouw Y of partij Z. Jezus doet daar niet aan, hij is voor iedereen. Hij heeft Gods bedoeling met mensen op aarde voorgeleefd, en is daardoor een licht voor allen. Een licht van gerechtigheid. En daarmee een baken van hoop in tijden van wanhoop. Zelfs toen zijn weg dood leek te lopen, bleef dat licht brandende. Die hoop, dat vertrouwen heeft eeuwigheidswaarde. Wat niet wil zeggen dat er geen ellende meer in de wereld is. Dat heeft Paulus zelf ook wel ervaren. Gevangenschap, ziekte, dreiging, onzekerheid, pijn, noem maar op. De ellende in de wereld is niet ineens afgelopen. Waar het om gaat is hoe we daar doorheen kunnen komen. Hoe wij als mensen de ellende van de wereld kunnen verduren. Hoe wij, ondanks alle reden tot wanhoop, toch hoop kunnen houden. Dan komt Paulus met zijn eigen vertrouwen dat, wat er ook gebeurt niets, maar dan ook niets ons kan scheiden van de liefde van Jezus messias. Net als zijn Vader heeft hij heeft mensen lief, wat er ook gebeurt.

 

Overigens maak ik uit deze tekst ook op dat God de ellende niet wil. Die is er gewoon. Vaak als gevolg van menselijk handelen, maar niet altijd. God wil onze ellende niet. Daar kan ik mij niets bij voorstellen. Wat wij mensen ook te verduren hebben, God heeft ons lief. En Jezus is de verpersoonlijking van die liefde. Dat is wat Paulus met de hele wereld wil delen. Misschien kan je zelfs wel zeggen dat zijn geloof daarop is gebouwd. Of in elk geval zijn enthousiasme, zijn bevlogenheid. En zelfs zijn scheldkanonnades. Want ook die komen voort uit betrokkenheid. Uit de hoop dat mensen het goed hebben met elkaar. Dat ze elkaar niet de maat nemen, maar naar elkaar blijven luisteren. Dat ze zichzelf niet boven anderen verheffen, maar er samen uit willen komen. Dat ze aangeraakt worden door Gods liefde en zich daardoor laten leiden. Wat je verder ook in Paulus’ brieven kan lezen, dat vertrouwen in Gods liefde blijft altijd stralen. Ik ben er van overtuigd dat hij vanuit die liefde schrijft. Zo sluit hij de aanhef van zijn brief aan de Romeinen ook af:

Deze brief is bestemd voor allen in Rome,

die gegrepen zijn door het verhaal van Gods liefde.

Genade en vrede van God, onze vader,

en van onze heer, Jezus messias.

Amen

[1] Abma, Henk en Henk Ruiter, Een dwarse brief, De brief aan de Romeinen, (In de reeks Verklaring van een Bijbelgedeelte.) Kok, Kampen, 1992, p. 85-86.

[2] Abma, Henk en Henk Ruiter, Een dwarse brief, De brief aan de Romeinen, pag. 14.