Welkom » Overdenkingen » ‘Deze wereld omgekeerd’ door ds. Sara Dondorp op 7 maart 2019

‘Deze wereld omgekeerd’ door ds. Sara Dondorp op 7 maart 2019

Lezingen: Ester 5: 1-14 en 6: 1-11 in de vertaling Jopie Siebert-Hommers (www.schriftlezing.nl)

Inleiding
Vandaag is de tweede zondag in de veertigdagentijd. Met uitzondering van het veertigdagenlied, besteed ik daar vanmorgen geen aandacht aan. Aan de orde is een verhaal van alle tijden. Dit voorjaar lezen we in diverse kerken uit het boek Ester. Het verhaal begint bijna als een sprookje. Alles is groter dan werkelijkheid. Het begint met een enorm feest. Een feest bedoeld als machtsvertoon voor de koning. Op dat feest moet koningin Wasti verschijnen om te dansen, voor een groep dronken edelen, met niets aan dan haar kroon. Koningin Wasti zegt NEE! en ze wordt prompt verstoten. Vervolgens stelt de koning een wet in dat alle vrouwen hun mannen moeten gehoorzamen. Om een nieuwe koningin te vinden wordt een soort missverkiezing gehouden. Daarbij wordt het joodse weesmeisje Hadassa gekozen. Zij wordt koningin Ester. Tot zover is het verhaal sprookjesachtig. Voor Ester wordt een groot feest gegeven. Vlak daarna weet haar oom Mordechai een aanslag te verijdelen. Dat wordt nogal terloops verteld, maar het blijkt belangrijk.

Het gedeelte dat we vandaag lezen is bepaald geen sprookje. Het is eerder een parabel over hoe het in de wereld vaak gaat. Er komen dingen in voor die helaas bittere werkelijkheid zijn. Afgunst en vernedering, manipulaties en intriges. En uiteindelijk doemt de dreiging van volkerenmoord op. We horen over Haman, de Amalekiet. In Bijbelse verhalen is dat bijna synoniem met slechterik. Van het volk Amalek wordt verteld dat het Israël aanviel in de achterhoede, waar de vrouwen en kinderen lopen. Amalek staat voor lafhartigheid en vals spelen. Ergens kwam ik voor deze man de benaming ‘Adolf Haman’ tegen. Dat karakteriseert hem wel zo’n beetje. Deze Haman wordt grootvizier aan het hof van de koning. Op bevel van de koning moet iedereen voor Haman buigen. Alleen Mordechai blijft stijfkoppig rechtop staan. Zoals verwacht levert dat Hamans woede op. Haman is zo boos, dat hij niet alleen Mordechai wil doden, maar zijn gehele volk. Een Endlösung avant la lettre. Haman laat het lot bepalen op welke dag dat zal gebeuren. Het lot, dat is het poer, vandaar het Poerim-feest. Maar zover is het nog lang niet. Haman weet de gunst van de koning te verwerven, en krijgt vervolgens de vrijheid om een wet te gaan schrijven. Op de aangewezen dag moeten alle joden worden gedood. Dit decreet wordt in alle rijkstalen vertaald en verspreid. Ook Mordechai hoort ervan en gaat in diepe rouw. Hij treedt via een bemiddelaar in contact met koningin Ester. Kan zij niet met de koning gaan praten? Echter, er is een wet die bepaalt dat iedereen die ongevraagd naar de koning toe gaat, zal worden omgebracht. Ester twijfelt. Het is een hachelijke onderneming. Uiteindelijk neemt ze een besluit. Ter voorbereiding zal ze drie dagen en drie nachten vasten. Daarna zal ze naar de koning gaan. “Kom ik om”, zegt ze, “dan kom ik om…” Op dat moment begint de lezing van vanmorgen.

Overdenking

Gemeente van Jezus Christus,
Op de derde dag is Ester opgestaan. Zo begint het bevrijdingsverhaal. Alles lijkt de verkeerde kant op te gaan, maar Ester staat op. Een waagstuk op leven of dood. Want het hofprotocol schrijft de doodstraf voor aan wie ongevraagd voor de koning verschijnt. Ester staat op Daarmee neemt het verhaal een beslissende wending. Één mens staat op, daarmee begint de weg ten goede. Zoals Rosa Parks opstond tegen de blanke overheersing. Of liever: ze stond juist niet op, ze liet zich niet meer vernederen. Zoals ook Greta Thunberg die opstaat tegen klimaatscepsis. Die een hele generatie in beweging heeft gebracht om in opstand te komen tegen de traagheid in klimaatbeleid.

Op de derde dag is Ester opgestaan. Het klinkt bijna messiaans. Begin van bevrijding. Begin van nieuw leven. Daar lijkt het inderdaad wel op. Het is een radicale ommekeer. Het hele verhaal wordt ondersteboven gekeerd. Machteloosheid tegenover macht; verheerlijking versus vernedering. Alles wordt omgedraaid.

Voorafgaand aan Esters heldendaad is dit het plaatje: De koning heeft Haman een hoge positie gegeven en veel macht. Mordechai is een eenvoudige jood die zich in de poort ophoudt. Haman moet door iedereen gerespecteerd worden. Hij krijgt alle applaus, alle stemmen, alle likes, alle respect. Wie niet meedoet in de applausmachine is verdacht. Die mag bij wet vervolgd worden. Wet van Meden en Perzen. Hoe absurd ’t ook klinkt, dat soort machthebbers zijn er nog steeds. Alles wat klinkt als kritiek, wordt nepnieuws genoemd en journalisten zijn bij voorbaat niet te vertrouwen. Zoiets… Mordechai speelt dat spelletje niet mee. Hij buigt niet. Hij geeft geen respect aan wie hij niet respecteert. Hij is als een Bijbelse Colin Kaepernick die niet in de houding schiet voor een macht die tegen zijn eigen eer en zijn eigen leven in gaat. Haman is het prototype van een gekwetste dictator. Wat hem niet bevalt, moet worden weggevaagd. Niet alleen Mordechai, heel zijn volk moet dood! Haman misbruikt zijn macht om zijn zin te krijgen. Mordechai, en met hem ook Ester, is machteloos.

Maar dan: na drie dagen vasten staat Ester op. Zij staat voor de koning, die zit op zijn troon. De koning staat in zijn recht als hij zijn zwaard trekt en haar doodt. Maar de koning doet wat hij eerder ook deed: hij krijgt haar lief. Sterker nog: hij biedt haar de helft van zijn koninkrijk aan. Het lijkt wel of de koning zijn eigen wet omdraait: alle vrouwen moeten hun echtgenoten gehoorzamen, maar hij vraagt haar nu hoe hij haar kan gehoorzamen. De machtsverhoudingen worden omgedraaid. En Ester neemt de tijd. Ester heeft geduld. Ze stelt haar antwoord uit.

Dat uitstel geeft ruimte voor een staaltje kleinzieligheid van Haman. Na het dineetje bij de koning en de koningin, ontmoet hij onderweg Mordechai, die niet buigt. Haman heeft alles wat zijn hartje begeert, hij wordt door iedereen op handen gedragen, maar hij is ongelukkig vanwege die ene die hem niet respecteert. Mordechai is stoorzender in Hamans verder perfecte leven. Mordechai confronteert hem met de betekenis van respect. Haman is een machtswellusteling, zonder respect voor anderen. Zo iemand verdient geen respect. Maar dat wil hij niet weten. Haman is degene die macht heeft. Denkt hij tenminste. Want ook hij blijkt zich machteloos te voelen. Thuis vertelt hij aan zijn vrouw hoe belangrijk hij wel niet is. Alsof zij dat nog niet zou weten. En vervolgens vraagt hij haar om advies. Ook hij lijkt de wet te zijn vergeten dat vrouwen moeten gehoorzamen.

Niet Haman, maar zijn vrouw bedenkt de straf voor Mordechai. Een galg, zo hoog als een flinke kerktoren. Mordechai’s vernedering moet van de hoogste orde zijn. Haman, die anders dan Ester zeer ongeduldig is, gaat nog diezelfde nacht aan het werk.

Intussen ligt de koning wakker. Hij voelt dat er iets niet klopt. In zijn slapeloosheid geeft hij opdracht de archieven te halen. Alle oude kranten waar hij eerder nooit aan toe is gekomen, al die belangwekkende berichten die hij nog had moeten lezen. Zo ontdekt hij dat Mordechai ooit een aanslag heeft verijdeld. Heeft deze man toen een lintje gekregen? Of een ridderorde? Nee, niks. Alleen Haman is hoog in eer gestegen.

Wat nu volgt is de mooiste variant op ‘Wie een kuil graaft…’ die ik zou kunnen bedenken. Maar dan andersom. Wie een podium bouwt voor zichzelf… Hoogmoed komt voor de val. De koning vraagt Haman wat er met die man moet gebeuren. Wat is de hoogste eer die hij iemand zou kunnen verlenen? Haman denkt alleen aan zichzelf. Als het over ‘hoogste eer’ gaat, dan moet dat op Haman slaan. In zijn beleving is er geen andere mogelijkheid. Dan horen we Hamans versie van de droomvlucht. Hamans droom is om in de schoenen van de koning te staan. Meer macht, meer eer is er niet te beleven in zijn wereld. Maar het is allemaal buitenkant, ceremonie, pracht en praal. De mantel van de koning, het paard, de kroon, de dienaar en zelfs de rijtoer van de koning: dat is wat hij begeert. Goed, zegt de koning, geef jij dat maar aan Mordechai! Je ziet Hamans wereld in elkaar storten. Haman wilde Mordechai verhogen op een galg. Nu krijgt hij de koninklijke opdracht Mordechai te verhogen op een koninklijk paard. Vreemd genoeg laat Mordechai zich dit circus wel aanleunen. Wat kan hij anders. Mordechai wordt te paard toegejuicht. Maar de wet dat alle joden gedood moeten worden, bestaat nog. Het doet denken aan die andere koning, die op een ezel door de stad rijdt en toegejuicht wordt. Terwijl hij weet dat hij zijn dood tegemoet rijdt. Het gevaar is nog niet geweken. Maar de beweging van omkeer is in gang gezet. De vernederde Mordechai is verhoogd in eer, de vereerde Haman is vernederd, in elk geval in zijn eigen ogen. De machteloosheid van Ester is omgekeerd in enige macht. En de willekeurige macht van Haman is tot staan gebracht.

Tot aan het moment dat Ester op staat, lijkt alles naar beneden te bewegen. Vanaf hier voltrekt het verhaal zich in spiegelbeeld naar boven. Het verhaal is nog niet uit, de spanning is nog niet geweken. De doodsdreiging bestaat nog en Ester heeft haar verzoek nog altijd niet aan de koning onthuld. Het lijkt wel een cliffhanger. Maar de tegenbeweging is al ingezet. Er is een tegenbeweging, tegen geschiedenissen van haat in. Geschiedenissen die we nog altijd in de wereld zien gebeuren. Machthebbers die hun macht koste wat kost willen vasthouden, mensen die bedreigd worden enkel vanwege hun afkomst, mensen die niet durven op te staan tegen willekeur of onrecht. Het bestaat allemaal. Maar de tegenbeweging bestaat ook. De hoop en het vertrouwen dat het anders kan. De moed om tegen de haat op te staan. Want Gods woord wil deze wereld omgekeerd. De bierkaai wordt een stad van vrede. Dat is waar het verhaal van Ester over gaat: De eersten zijn de laatsten, wie nakomt gaat voorop. Hoe machteloos je je ook voelt, je mag altijd blijven hopen. Hopen dat uiteindelijk de hoogmoed komt voor de val. Dat uiteindelijk de liefde, Gods liefde, overwint.
Amen

Epiloog
Het verhaal van Ester is geëindigd met een cliffhanger. Ester heeft haar wens nog altijd niet aan de koning verteld. Als het zover is vertelt ze: ik wil leven, en ik wil dat mijn volk leeft. Zo komt aan het licht dat de wet van Haman Ester zal treffen. De koning is woedend. Haman wordt terecht gesteld. De wet zelf kan niet meer veranderd worden. Wel kan er een nieuwe wet ingesteld worden. Dat gebeurt. De joden mogen zich verdedigen. Mordechai voegt daar tenslotte nog een Joodse richtlijn aan toe. Voortaan zal deze dag gevierd worden: het Poerim feest. Een feest voor iedereen. Zo draait niet alleen het lot radicaal om: van dood naar leven. Wat begon met een feest voor de machthebber, de koning, eindigt met een feest voor iedereen. Een vrolijk slot.