Welkom » Overdenkingen » ‘ De uitdagingen van het leven ‘ door ds. Menso Rappoldt op 3 november 2019

‘ De uitdagingen van het leven ‘ door ds. Menso Rappoldt op 3 november 2019

Overdenking bij 1 Samuel 17: David en Goliath.

Je staat in het leven voor allerlei uitdagingen. het leven zelf is een grote uitdaging.
In een uitdaging kan je laten zien wat je kunt. Daar groei je van. Door uitdagingen kan je je ontwikkelen. Uitdaging is er in de sport natuurlijk maar denk daarnaast aan school, werk en vrijwilligerswerk. Maar kan je een relatie of huwelijk niet ook zien als een uitdaging? Of ouderschap?
Naast zulke uitdagingen die goed voor je zijn, kan je ook te maken hebben met uitdagingen waar je klein van wordt en waar tegenover je je machteloos voelt.

Er zijn enorme machten en grote ontwikkelingen in de wereld en maatschappij die je misschien verdriet doen of zorgen baren. Die zijn zo sterk – je hebt geen idee hoe je die effectief kunt beïnvloeden, laat staan tegen houden.
Grote internationale bedrijven zijn zo machtig dat zelfs een nationale regering er al niet tegen op kan.
En als je als enkeling tegen een bedrijf of zelfs tegen de overheid moet vechten, moet je wel heel sterk in de je schoenen staan. Boeren hebben tractoren. Maar of dat echt zal helpen, is ook nog de vraag.
Als mens sta je tegenover de uitdagingen die het leven en de wereld aan je stellen. En sommigen daarvan zijn bedreigend.

Het verhaal van David en Goliath vertelt hoe een kleine onbeduidende herdersjongen, zonder klassieke wapens, een enorme gevaarlijke reus verslaat.
Veertig dagen lang daagt de reus uit, hoont en bespot de Israëlieten en hun God. 40 betekent in de bijbel een levenslange duur. De reus is als een levenslange sterke uitdaging gaat. Een uitdaging waar je altijd mee te maken hebt. De reus staat symbool voor een uitdaging die voelt als een strijd die je moet voeren.
Het wordt verbeeld in de slagorden die zich elke dag weer tegenover elkaar opstellen. Elke dag weer. Je moet elke dag sterk zijn, je verkopen, je moet mondig zijn.
Je moet vaak alert zijn op wat bedrijven van je willen, je moet zelfs alert zijn als je zorg nodig.
Het leven is lang niet altijd een soepel en glad verlopende weg. Het verhaal vertelt over verlamming door onzekerheid en angst omdat een uitdaging te groot en te sterk is.

Maar dan verschijnt David ten tonele, een jonge herder. David vraagt tot drie keer toe hoe het gaat en wat er aan de hand is. En hij voelt het onrecht: Hoe bestaat het! Wat denkt die onbesneden Filistijn wel?Het is een groots verhaal. Alles wordt lekker groot en vet neergezet. Hoe groot en sterk de reus is, hoe serieus bewapend. Daartegenover de kleine David met minieme wapens. Hoe grof en honend de reus – hoe angstig en verstijfd van schrik de Israëlieten.
En aan het eind zijn de rollen helemaal omgedraaid: de reus verslagen en onthoofd, de Filistijnen achterna gezeten en in de pan gehakt.

Maar tussen deze grote lijnen wordt op een subtiele manier het kleine ingekleurd.
Bijvoorbeeld in de mededeling als zijn vader David naar het front stuurt, dat ‘David zijn kudde achterlaat onder de hoede van iemand anders’. Die mededeling had kunnen worden weggelaten, maar de verteller wil laten zien hoe zorgvuldig en zorgzaam deze David is t.o.v. de reus. Daarom is hij zo geschikt om later koning te worden.
Er is een andere rivaliteit tussen groot en klein, namelijk die tussen de oudste broer en de jongste broer. Het irriteert de oudste dat de jongste zo vraagt naar wat er aan de hand is. De oudst broer wijst David terecht: wat doe jij hier? waar bemoei jij je mee? De oudste is bezig met de strijd. de jongste moet zich daar niet mee bemoeien.
We zien hoe de oudste broer in bekende patronen denken. De ouderen voeren de strijd op een manier die hén bekend is en vertrouwd.

Zo treden we vaak uitdagingen tegemoet, ook van en nieuwe tijd die zich aandient en die bedreigend voelt. Dus als we vinden dat we teveel vergaderen, gaan we vergaderen over het vergaderen.
Dit is ook een vraag aan de kerk: hoe je reageert op de uitdagingen van deze tijd waarin de kerk zijn van zelf sprekende positie is verloren. Zoeken we onze toevlucht niet tot wat waar wij vertrouwd mee zijn en wat we altijd deden? En is dat adequaat?

Dan staat er dat David zijn broer de rug toekeert en toch doorgaat met het stellen van vragen. Saul begrijpt ook helemaal niet hoe ‘een jongen nog maar’ kan winnen van een ervaren krijger. Let op: jong en nieuw staat hier tegenover ervaring!
Maar David gelooft er in dat hij de reus aan kan. Het móet ook, want hij beledigt de gelederen van de levende God. Saul trekt David zijn wapens aan. Maar die zijn te zwaar en ‘ik ben dat niet gewend’.  Ervaring kan ons bij uitdagingen in de weg zitten! David legt de wapens van Saul af en bereidt zich op zijn eigen manier voor op de strijd.

Het verhaal van de wapenuitrusting is een essentieel deel van het verhaal. De reus is zwaar bewapend. Daar kan  je niet tegen op. Maar als je denkt dat je daar niet tegen op kan, komt dat omdat je denkt dat je met dezelfde wapens moet vechten om de reus te verslaan.
Daarom geeft Saul zijn wapenuitrusting aan David. Je laat dus je wapens bepalen door de reus. Maar het zijn zíjn wapens.

Wat we hier zien is dat als iemand ons intimideert en bedreigt, we geneigd zijn op een zelfde manier te reageren, maar dan sterker. Als iemand tegen je schreeuwt, ga je terug schreeuwen, het liefst harder om je niet uit het veld te laten slaan. Maar als dat niet jou manier is? ben je dan verloren?
Als iemand dreigt met wapens, moet je zorgen dat je zelf ook een wapen hebt , het liefst een sterker wapen. ( zo redeneert de wapenlobby in de VS). Maar als je geen wapen wilt of kunt gebruiken? Ben je dan machteloos?

Intimidatie kan ook subtiel gebeuren. Als één ondernemer met een grote dure auto komt aanrijden bij collega’s, willen andere ondernemers ook zo’n dure auto. Want anders lijkt het die en beter zaken doet dan jij. In de zakenwereld zijn dure auto’s zo een vorm van intimidatie in de zakenwereld, waar van bijna iedereen denkt dat hij mee moet doen.

Saul zit gevangen in de gedachte dat je zó moet reageren als je tegenstander zich opstelt. David denkt anders: Ik ben dat niet gewend. En David treedt de uitdaging tegemoet met wapens die bij hem passen en waar hij goed in is. Ook al zijn dat hele andere wapens dan die van zijn tegenstander. En het verhaal vertelt dat groot en sterk verslagen kan worden door klein, slim en handig.

Als laatste de vraag naar de rol van God in dit verhaal. God speelt geen actieve rol. Er wordt nergens gezegd dat God iets doet en zegt. Wel wordt God uitgedaagd wanneer de reus de Israëlieten hoont. David komt voor God op: Wat denkt deze onbesneden Filistijn wel, dat hij de levende God  durft te beschimpen.
Dat is Gods rol: God moet gered. De redding van de Israëlieten en de redding van JHWH als God zijn één geheel. (vgl Etty Hillesum: We kunnen alleen U redden en daarmee redden we onszelf.)
David durft er op te vertrouwen dat hij de strijd zal winnen omdat God (JHWH) Goliath aan hem zal uitleveren.
Het gaat bij de reus en de Filistijnen tegenover de Israëlieten en David tussen de god van de Filistijnen en de God van Israël. De reus schetst de mogelijke uitkomst: Als de reus sterker is dan een Israëliet, dan worden de Israëlieten slaven. Voor de hoorders afschuwelijk: want dat zijn ze toch juist ontvlucht? Slaaf zijn?
Tegenover de God die hen slaaf maakt staat de levende God: de God die leven brengt, en doet leven. De vraag naar God, in een situatie of ontwikkeling is eigenlijk de vraag naar: wat of wie dien ik hiermee? Wie of wat dien ik door op een uitdaging in te gaan? En als het een uitdaging is waar je op moet reageren:  is de vraag wie of wat dien ik in de manier waarop ik reageer op de uitdaging.

Er zijn uitdagingen die doen leven, en uitdagingen waar je als slaaf eindigt. Uitdagingen waar je beter van kan worden, maar ook waarvan je klein van wordt.

Het verhaal van David en de reus geeft hoop en moed bij uitdagingen die angstig en klein maken. Je hoeft niet even groot en sterk te zijn. Je hoeft niet de wapens van de ander te gebruiken. Je kan de levende God redden als je klein en kwetsbaar bent. Door slim te zijn en te gebruiken wat je goed kan.
Want David overwon de reusachtige Filistijn  met een slinger en een steen, zonder dat hij een zwaard nodig had.